Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.3

Voorwaarden individuele voorziening jeugdhulp

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Goirle 2025

1.. Het college verstrekt uitsluitend de meest passende voorziening jeugdhulp die toereikend is voor het bereiken van het afgesproken resultaat. 2.. Een aanvraag voor een individuele voorziening vanuit de wet komt in aanmerking voor toewijzing indien de jeugdige valt onder de definitie van jeugdige in artikel 1.1 van de Jeugdwet. 3.. Het college kent een individuele voorziening toe voor zover door de toegangsprofessional of verwijzer is vastgesteld dat de jeugdige: op eigen kracht of met zijn ouders of andere personen uit de naaste omgeving geen oplossing voor zijn hulpvraag kan vinden; geen oplossing kan vinden voor zijn hulpvraag door, al dan niet gedeeltelijk, gebruik te maken van een overige, algemene of andere voorziening. 4.. Als er sprake is van een aanvraag voor een individuele voorziening voor een jeugdige van 16 jaar of ouder moet er door de toegang, Gecertificeerde Instelling en jeugdhulpaanbieder in het plan van aanpak expliciet worden vermeld hoe lang de ondersteuning nodig is. Indien naar verwachting ook na het 18e jaar nog hulp nodig is wordt nagedacht op welke wijze en via welke financieringsstroom dit vorm krijgt (Wmo, zorgverzekering, Wlz). Input voor het plan van aanpak wordt mede geleverd door jeugdhulpaanbieders via het Perspectiefplan 18+. Uiterlijk bij de leeftijd van 17 en een half jaar moet duidelijk zijn of en welke ondersteuning er nodig is vanaf het 18e levensjaar en hoe dit geregeld gaat worden c.q. binnen welk wettelijk kader deze ondersteuning dient te vallen. 5.. Een aanvraag voor een individuele voorziening vanuit de wet bevat resultaten die behaald kunnen worden binnen de termijn van de toe te kennen individuele voorziening. 6.. De jeugdhulp dient te worden uitgevoerd door een aanbieder waarvan de hoofdvestiging in Nederland is gevestigd. 7.. Als een individuele voorziening noodzakelijk is, verstrekt het college de goedkoopst adequate tijdig beschikbare voorziening. 8.. Een individuele voorziening jeugdhulp wordt toegekend als de inzet van de voorziening doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt het college door vast te stellen of de individuele voorziening of interventie wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en [waar beschikbaar] wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. Het college kan hiervoor gebruik maken van de NJI Databank Effectieve jeugdinterventies, Richtlijnen Jeugdhulp en GGZ standaarden. 9.. Het college kan in nadere regels vaststellen welke voorzieningen aantoonbaar niet effectief zijn. 10.. In situaties waarbij ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van het college geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in deze verordening, komt een jeugdige of ouder niet in aanmerking voor een door het college te verlenen individuele voorziening als bedoeld in deze verordening.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel