Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2

Artikel 2.4

Vervoersvoorzieningen

Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Goirle 2025

1.. Uitgangspunt is dat ouder(s) zelf verantwoordelijk zijn voor vervoer van de jeugdige van en naar de jeugdhulpaanbieder. 2.. Een vervoersvoorziening wordt alleen toegekend als naar het oordeel van het college is aangetoond dat er een noodzaak bestaat tot inzet van deze voorziening wegens een medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid; 3.. Het college gebruikt bij de afweging of een vervoersvoorziening moet worden ingezet het afwegingskader vervoer zoals vastgesteld door de Regio Hart van Brabant. 4.. Een vervoersvoorziening wordt alleen verstrekt aan de jeugdige ten behoeve van het vervoer van de jeugdige naar en van de locatie waar de jeugdhulp plaatsvindt. 5.. Het college beoordeelt in elke individuele situatie of er specifieke omstandigheden zijn waardoor de eigen mogelijkheden van de jeugdige of zijn ouder(s) onvoldoende zijn om de eigen verantwoordelijkheid voor vervoer op zich te nemen. 6.. Indien naar het oordeel van het college een passende voorziening beschikbaar is waardoor geen vervoer geïndiceerd hoeft te worden, is deze voorziening voorliggend. 7.. Een vervoersvoorziening is altijd tijdelijk. De voorziening wordt beëindigd op het moment dat de medische noodzaak of beperking in de zelfredzaamheid van de ouders of jeugdige is opgeheven. 8.. Vervoerskosten worden niet met terugwerkende kracht toegekend. 9.. Voor een vervoersvoorziening geldt een kilometervergoeding die gelijk is aan het maximaal onbelaste bedrag zoals vastgesteld door de Belastingdienst.

Rechtspraak bij dit artikel