Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.1

Artikel 3.1.10

Bepalen ontwikkelstrategie

Onderdeel van Kadernota Grond 2025

In de vorige paragrafen is ingegaan op de verschillende samenwerkingsvormen en hoe de gemeente een marktpartij kan selecteren. Het is van belang dat er bij het begin van een project wordt nagedacht over de te voeren ontwikkelstrategie. In Schiedam wordt bij de start van een project een projectopdracht gemaakt. Als de te volgen ontwikkelstrategie nog niet is bepaald voor het opstellen van de projectopdracht dan zal het bepalen van de ontwikkelstrategie de eerste opdracht moeten zijn in de projectopdracht. Bij een ontwikkelstrategie hoort een bredere afweging tussen ambities en haalbaarheid. Ook een stappenplan om tot realisatie te komen is hier onderdeel van. Het college van B&W moet de ontwikkelstrategie vaststellen. Het zwaar aanzetten van dit onderwerp heeft te maken met de ervaring dat sommige projecten moeizaam van start gaan. Duidelijkheid aan de start van een project over de ontwikkelstrategie kan helpen om een project sneller te realiseren. Daarnaast speelt ook mee dat in deze Kadernota Grond bewust niet meer ingegaan wordt op grondpolitiek. Deze pragmatische insteek maakt het bepalen van een strategie per project nog belangrijker. Een ontwikkelstrategie kan ook op verschillende niveaus worden gemaakt waarbij te denken valt aan een ontwikkelstrategie voor een programma of voor een gebiedsvisie. Hierbij zou de ontwikkelstrategie onderdeel kunnen zijn van de uitvoeringsparagraaf van een programma of een gebiedsvisie. Hieronder volgt een keuze schema dat kan helpen om de juiste samenwerkingsstrategie te kiezen. Het gaat hierbij vooral om het stellen van de juiste vragen om te komen tot de beste samenwerkingsvorm voor een specifieke situatie. Anders geformuleerd dan in het schema gaat het om de vragen: “Heeft de gemeente een grondpositie en hoe sterk is deze/zou deze kunnen worden? Hoeveel regie wenst de gemeente te voeren op de ontwikkeling? Heeft de gemeente de beschikking over voldoende capaciteit en middelen? Wenst de gemeente de risico’s te dragen en is zij daartoe in staat?” Figuur 3: Keuze samenwerkingsvorm in stroomlijndiagram bron: reiswijzer gebiedsontwikkeling. Naast de samenwerkingsvorm behelst de ontwikkelstrategie ook de wat en hoe op strategisch vlak. Hierbij moet de vraag gesteld worden welke grondbeleidsinstrumenten (zoals o.a. genoemd in § 2.2.2) de gemeente kan of wil hanteren voor een bepaalde ontwikkeling. Dat leidt tot een keuze in het soort grondbeleid, maar is ook te bezien op basis van het marktsentiment (wil de markt het oppakken?) en andere externe factoren. In samenhang met de samenwerkingsvorm kan gekeken worden welke vorm (van passief tot actief) van grondbeleid in de gegeven situatie het beste resultaat kan geven. Figuur 4: Passief versus actief grondbeleid Bij de start van een project stelt het college de ontwikkelstrategie vast waarmee het ruimtelijke project het beste gerealiseerd kan worden.

Rechtspraak bij dit artikel