**1..** De voor de uitvoering van deze regeling ter beschikking te stellen middelen worden verschaft door de minister, de gemeenten en de waterschappen, door het verstrekken van jaarlijkse bijdragen, op basis van de begroting.
**2..** De bijdragenbijdrage van de minister kan jaarlijks worden aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage, zoals dit in voorkomend geval door de minister in de loop van het begrotingsjaar voor het geheel van zijn bijdrage wordt vastgesteld. De bijdragen van de gemeenten worden jaarlijks aangepast in verband met de ontwikkeling van lonen of prijzen met een percentage dat voor dit doel is vastgesteld, onderscheidenlijk aan de inwonertallen overeenkomstig artikel 1 van de Gemeentewet. De bijdragen van de waterschappen zijn gebaseerd op een fictief vastgesteld inwonertal. Bij overeenkomst tussen het dagelijks bestuur en de dagelijkse besturen van de waterschappen worden nadere afspraken gemaakt over hoe dit inwonertal wordt vastgesteld en aangepast.
**3..** Het algemeen bestuur kan bij de vaststelling van de begroting een percentage opnemen als voorlopige raming van het door de minister, de gemeenten en de waterschappen vast te stellen percentage als bedoeld in het tweede lid.
**4..** Bij de start van het Brabants Historisch Informatie Centrum en voor de uitvoering van deze regeling kunnen door de verschillende partners vermogensbestanddelen worden ingebracht waarover nadere afspraken gemaakt worden.
**5..** De minister, de colleges en de dagelijkse besturen van de waterschappen dragen er zorg voor dat het openbaar lichaam te allen tijde beschikt over voldoende middelen om zijn verplichtingen te voldoen.
**6..** Indien het toetreden tot deze regeling van andere bestuursorganen of het sluiten van samenwerkingsovereenkomsten met derden, er toe leidt dat een deel van de lasten voortvloeiende uit de investeringen als bedoeld in de in het tweede lid aangegeven investerings- en exploitatiebegroting, door deze bestuursorganen en/of derden worden gedragen, worden de financiële voordelen die daardoor ontstaan op de door de minister, de waterschappen en de gemeenten verschuldigde jaarlijkse bijdrage naar rato in mindering gebracht.
**7..** Indien de minister, de gemeenten of de waterschappen een bijzondere taak opdragen als bedoeld in artikel 2b, derde lid onder e, waarvan de kosten niet zijn op te vangen in de begroting, wordt daarvoor door gemeenten of de waterschappen in aanvulling op de jaarlijkse bijdrage een tevoren overeengekomen vergoeding betaald.
Artikel 16
Bijdragen deelnemers
Onderdeel van Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling Brabants Historisch Informatiecentrum 2024