**1..** Het dagelijks bestuur stelt eenmaal per vier jaar een vierjarig beleidsplan en een financiële doorrekening daarvan op.
**2..** Een periode van vier jaren als bedoeld in het eerste lid valt samen met de periode van een cultuurnota als bedoeld in artikel 3 van de Wet op het specifiek cultuurbeleid.
**3..** Het dagelijks bestuur zendt het ontwerpbeleidsplan en de financiële doorrekening aan de minister, de raden van de gemeenten en algemene besturen van de waterschappen. De minister, de raden onderscheidenlijk de algemene besturen van de waterschappen worden vervolgens gedurende twaalf weken in de gelegenheid gesteld om schriftelijk op het concept hun zienswijzen ter kennis van het dagelijks bestuur te brengen. Het algemeen bestuur stelt het beleidsplan en de financiële doorrekening vervolgens vast. Voorafgaande aan het nemen van het besluit stelt het dagelijks bestuur de raden van de gemeenten, de algemene besturen van de waterschappen en het algemeen bestuur schriftelijk en gemotiveerd in kennis van het oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 17
Beleidsplan en financiële doorrekening
Onderdeel van Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling Brabants Historisch Informatiecentrum 2024