**1..** Het dagelijks bestuur zendt uiterlijk 1 januari van het jaar voorafgaande aan dat waarvoor de begroting dient, de algemene financiële en beleidsmatige kaders aan de raden van de gemeenten, de minister en de algemene en dagelijkse besturen van de waterschappen. De minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen kunnen binnen acht weken bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over deze kaders naar voren brengen. Het dagelijks bestuur stelt de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen bij de toezending van de ontwerpbegroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbonden heeft.
**2..** Het dagelijks bestuur biedt jaarlijks, ten minste twaalf weken voor de aanbieding aan het algemeen bestuur, de raden van de gemeenten, de minister en de algemene besturen van de waterschappen een ontwerp aan voor de begroting met toelichting van het Brabants Historisch Informatie Centrum en een meerjarenraming met toelichting voor ten minste drie op het begrotingsjaar volgende jaren.
**3..** In de toelichting op de ontwerpbegroting worden de aard en de omvang van de voorgenomen activiteiten beschreven. Daarbij wordt aangegeven welke belangen en resultaten het Brabants Historisch Informatie Centrum met de activiteiten nastreeft, op welke wijze de activiteiten zullen worden uitgevoerd en voor welke doelgroepen zij zijn bestemd.
**4..** De ontwerpbegroting wordt door de zorg van de colleges, de minister en de dagelijkse besturen van de waterschappen voor een ieder ter inzage gelegd en tegen betaling van kosten algemeen verkrijgbaar gesteld. Van de terinzagelegging en de verkrijgbaarstelling geschiedt openbare kennisgeving.
**5..** De raden van de gemeenten, de minister en de algemene besturen van de waterschappen kunnen bij het dagelijks bestuur hun zienswijze over de ontwerpbegroting naar voren brengen. Het dagelijks bestuur voegt de commentaren waarin deze zienswijze is vervat bij de ontwerpbegroting, zoals deze aan het algemeen bestuur wordt aangeboden.
**6..** Het dagelijks bestuur stelt de minister, de raden van de gemeenten en de algemene besturen van de waterschappen voorafgaande aan het vaststellen van de begroting schriftelijk en gemotiveerd in kennis van zijn oordeel over de zienswijze, bedoeld in het vijfde lid, alsmede van de eventuele conclusies die het daaraan verbindt.
Artikel 18
Ontwerpbegroting en kadernota
Onderdeel van Wijzigingsbesluit Gemeenschappelijke regeling Brabants Historisch Informatiecentrum 2024