Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 5. › § 5.2

Artikel 5.2.2.2

Onderzoek voor verstrekken pgb

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning ’s-Hertogenbosch 2026

Als een inwoner zelf niet in staat is om het pgb-beheer uit te voeren, dan wordt gekeken of dit met hulp uit het eigen netwerk kan. Situaties waarin de pgb-budgethouder niet in staat is het pgb-beheer uit te voeren zijn bijvoorbeeld: De pgb-budgethouder is handelingsonbekwaam; De pgb-budgethouder heeft als gevolg van dementie, een verstandelijke beperking, niet aangeboren hersenletsel, een ernstig psychiatrisch ziektebeeld of een blijvende cognitieve stoornis onvoldoende inzicht in de eigen situatie; Er is sprake van verslavingsproblematiek bij pgb-budgethouder waardoor er onvoldoende inzicht is in de eigen situatie; Er is sprake van problematische schuldenproblematiek bij pgb-budgethouder. Beoordeeld moet worden of de pgb-budgethouder voldoende inzicht heeft in de eigen situatie; Er sprake is van aangetoonde fraude begaan in de vier jaar voorafgaand aan de huidige aanvraag of een pgb heeft ontvangen en niet heeft voldaan aan de voorwaarden; De pgb-budgethouder de Nederlandse taal niet voldoende machtig is en hierdoor de beheertaken niet/onvoldoende kan uitvoeren. Deze opsomming is niet limitatief. Er kunnen andere situaties denkbaar zijn waarin het verstrekken van een persoonsgebonden budget niet gewenst is. De gemeente kan het pgb weigeren en de aanvraag toekennen in natura (bij uitzondering als vorm van individuele contractering). De pgb-budgethouder kan (eventueel met ondersteuning) zich vervolgens scholen op de onderdelen waar de pgb-budgethouder onvoldoende pgb-vaardig is. Zodra een pgb-budgethouder (eventueel met hulp van een vertegenwoordiger) wel voldoende pgb-vaardig is, kan alsnog een pgb- overwogen worden. Er is geen verantwoordingsvrij bedrag. Pgb-budgethouders mogen vanuit het budget in ieder geval de volgende uitgaven niet doen: Kosten voor bemiddeling; Kosten voor het voeren van een pgb-administratie; Reiskosten voor de hulpverlener (ook al staat dat in de zorgovereenkomst van de SVB genoemd); Kosten voor ondersteuning bij het aanvragen en beheren van het pgb; Kosten voor het aanvragen van een VOG; Kosten voor het deelnemen aan overleggen in het kader van afstemmen en samenwerken met andere hulpverleners; Contributie voor het lidmaatschap van Per Saldo (er zijn ziektekostenverzekeringen die hier een bijdrage voor kennen); Kosten voor het volgen van cursussen over het pgb; Kosten voor het bestellen van informatiemateriaal; Kosten voor eigen bijdragen (bijvoorbeeld CAK); Kosten voor feestdagenuitkering/cadeau zorgverlener; Alle zorg en ondersteuning die onder een andere wet dan de Wmo vallen; Alle zorg en ondersteuning die vallen onder een algemene voorziening en/of gebruikelijke voorzieningen; Activiteiten met een therapeutisch doel; Voor beschermd wonen geldt dat er geen kosten voor huisvesting uit het pgb betaald mogen worden; Eenmalige uitkering bij overlijden budgethouder. De gemeente staat het niet toe dat budgethouders en/of vertegenwoordigers maandlonen betalen, in geval van: Individuele begeleiding en groepsbegeleiding Hulp bij het huishouden De gemeente doet dit, omdat het anders moeilijk te controleren is of de betaalde uren ook daadwerkelijk geleverd zijn. Als de werkelijk geleverde hoeveelheid en kwaliteit van zorg niet hoeft te worden gedeclareerd en verantwoord, geeft dat minder mogelijkheden om onrechtmatig of ondoelmatig bestede middelen vast te stellen. Voorwaarden pgb besteden in het buitenland Als de verzekerde niet in Nederland verblijft, kan hij geen pgb krijgen. Wel mag de budgethouder zorg in het buitenland inkopen. Hiervoor gelden de volgende voorwaarden: Als zorg in het buitenland wordt ingekocht bij lokale zorgverleners moet dit worden gemeld bij de SVB (als dit geldt voor een periode langer dan zes weken). Het pgb mag maximaal dertien weken per jaar worden gebruikt voor het inkopen van zorg in het buitenland (bij terminale zorg, maximaal één jaar).

Rechtspraak bij dit artikel