Naar hoofdinhoud
9.1.Activeren Alle investeringen met een meerjarig nut, behoudens kunstvoorwerpen met een cultuur-historische waarde, worden geactiveerd. De componentenbenadering wordt niet toegepast. Uitzondering hierop is de component ‘grond’. Hierop wordt niet afgeschreven. Waardering van de grond geschiedt op basis van de aankoopprijs. Als deze niet te herleiden is (bv bij aankoop pand inclusief ondergrond), wordt de prijs per m2 uit de jaarlijks vast te stellen gemeentelijke grondprijsbrief gehanteerd. Investeringen van economisch – en maatschappelijk nut met een geringe aanschafwaarde (< € 50.000) en/of een beperkte gebruiksduur (< 3 jaar) worden direct in het jaar van aanschaf ten laste van het resultaat gebracht. Voor het afschrijven op het actief wordt geen rekening gehouden met een restwaarde. Kosten van onderzoek en ontwikkeling worden bij voorkeur niet geactiveerd. Mocht dit in uitzonderlijke situaties toch de voorkeur genieten, dan kan dit alleen als aan alle voorwaarden uit artikel 60 van het BBV wordt voldaan. Bijdragen aan activa in eigendom van derden worden bij voorkeur niet geactiveerd. Mocht dit in uitzonderlijke situaties toch de voorkeur genieten, dan kan dit alleen als aan alle voorwaarden uit artikel 61 van het BBV wordt voldaan. 9.2.Waarderen Aangeschafte vaste activa worden gewaardeerd tegen de verkrijgingsprijs of de vervaardigingsprijs. 9.3.Afschrijven Afschrijvingen worden gebaseerd op de toekomstige gebruiksduur van de vaste activa en worden onafhankelijk van het resultaat in enig jaar verantwoord. De te hanteren afschrijvingstermijnen en de wijze van afschrijving (lineair of annuitair) zijn opgenomen in de afschrijvingstabel, waarbij een afschrijvingstermijn van 60 jaar als maximum geldt. De afschrijvingstabel is als bijlage Afschrijvingstabel bij deze verordening bijgevoegd. Voor vaste activa die in erfpacht worden uitgegeven, geldt dat de afschrijftermijn gelijk is aan de levensduur van de activa. Uitzondering hierop vormen gronden, omdat hierop niet wordt afgeschreven. In die gevallen waarin deze tabel geen uitsluiting geeft, geldt de economische levensduur als norm voor de afschrijvingstermijn. Afwijkingen van de termijnen in deze afschrijvingstabel worden vooraf ter besluitvorming aan de raad voorgelegd. Met afschrijven wordt gestart medio het begrotingsjaar waarin het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt (een half jaar afschrijving). Dit impliciteert dat rentelasten op halfjaarbasis worden toegerekend aan het jaar dat het kapitaalgoed gereed komt/verworven wordt, ongeacht het moment van oplevering in het jaar. Vanuit praktische overwegingen geldt dat bij vervangingsinvesteringen het moment van ontvangst van de factuur wordt beschouwd als het moment van ingebruikname. Op gebouwen aangekocht voor strategische doeleinden die niet verhuurd worden, wordt de afschrijving gedurende een redelijke termijn opgeschort tot het moment van verkoop. 9.4.Overige waarderingsgrondslagen De onder de financiële vaste activa opgenomen deelnemingen en verstrekte leningen worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs, zo nodig verminderd met een voorziening voor oninbaarheid. De geleasede activa in het kader van financiële lease worden gewaardeerd op basis van economische waarde. De contante waarde van de nog resterende leasetermijnen worden onder schulden verantwoord. Operationele lease wordt als huur beschouwd. Voor vaste activa met economisch nut, voorraden en deelnemingen wordt de marktwaarde als waarderingsgrondslag gebruikt, als deze lager is dan de verkrijgings- of vervaardigingsprijs. De grondvoorraden en onderhanden werken worden gewaardeerd tegen verkrijgingsprijs of vervaardigingsprijs verminderd met al ontvangen verkoopopbrengsten. Voor verliesgevende grondcomplexen wordt een voorziening op eindwaarde getroffen. Winstneming gebeurt op basis van de POC-methode (Percentage of Completion). De berekeningswijze is als volgt: het percentage gerealiseerde kosten x het percentage gerealiseerde opbrengsten x het geprognosticeerde resultaat (rekening houdend met onzekerheden) = tussentijdse winstneming. De overige kortlopende activa, overige vorderingen en liquide middelen, worden opgenomen tegen de nominale waarde, verminderd met een voorziening voor oninbaarheid. Voorzieningen worden opgenomen tegen nominale waarde, met uitzondering van de Voorziening APPA ( Algemene Pensioenwet Politieke Ambtsdragers). Deze is gewaardeerd tegen contante waarde op basis van actuariële grondslagen. Kortlopende passiva, zoals crediteuren en overige schulden worden opgenomen tegen nominale waarde.

Rechtspraak bij dit artikel