Een pré-mantelzorgwoning is niet zomaar een extra woning in de achtertuin waar iedereen mag wonen. Tussen de bewoners van de bestaande (hoofd)woning en bewoners van de pré-mantelzorgwoning moet een aantoonbare sociale relatie bestaan en het moet aannemelijk zijn dat de bewoners binnen een periode van 10 jaar zorg nodig hebben. In dit hoofdstuk staat welke eisen we stellen aan de bewoners van een pré-mantelzorgwoning en beschrijven we waarom we die eisen stellen.
2.1 Duurzame sociale relatie
Mantelzorg wordt vrijwillig gedaan en is gebaseerd op de sociale relatie. Het gaat dus niet om een economische relatie zoals bijvoorbeeld in het kader van een hulpverlenend beroep. Het meest bekende voorbeeld van mantelzorg is wanneer kinderen voor hun ouders willen zorgen. Deze vrijwillige en sociale relatie staat ook bij pré-mantelzorg centraal. Daarom stellen we de voorwaarde dat er sprake moet zijn van een aantoonbare, duurzame sociale relatie tussen de toekomstige zorgverlener en de zorgontvanger. We vragen om een verklaring te overleggen waarin staat dat zowel degene die zorg gaat leveren als degene die de zorg gaat ontvangen dit onderschrijft.
2.2 De verwachte behoefte aan mantelzorg
Bij een pré-mantelzorgwoning wordt er geanticipeerd op een te verwachten zorgbehoefte. Deze behoefte doet zich dus nog niet voor. Wellicht ziet u aankomen dat er binnen elke jaren mantelzorg nodig zal zijn vanwege de leeftijd of vanwege een progressieve ziekte. Dan past een pré-mantelzorgwoning wellicht bij uw situatie. We maken daarbij onderscheid naar twee situaties waarin sprake is van een te verwachten behoefte aan mantelzorg.
De eerste is gebaseerd op leeftijd. Inwoners van 75 jaar of ouder komen altijd in aanmerking voor pré-mantelzorg. Daar is geen nadere sociaal-medische verklaring voor nodig. Hoewel veel senioren nog fit en vitaal zijn, ontstaan in de periode tussen 75 en 85 wel steeds meer afhankelijkheden, bijvoorbeeld door afnemende mobiliteit. Ook zien we vanaf die leeftijd steeds meer behoefte ontstaan om kleiner te gaan wonen. De leeftijd van 75 jaar hanteren we ook in bijvoorbeeld onze Woonzorgvisie als leeftijdsgrens voor senioren.
De tweede situatie is voor mensen die jonger zijn dan 75 jaar. Aan deze groep vragen we een verklaring waaruit blijkt dat binnen tien jaar de mantelzorg, zoals beschreven in de vergunningsvrije mantelzorgwoning, aan de orde zal zijn. Hoewel dit waarschijnlijk minder vaak voorkomt, willen we ook met deze tweede vorm van pré-mantelzorg in dit beleid rekeninghouden. Denk bijvoorbeeld aan inwoners die te maken hebben met een progressieve ziekte.
2.3 Grootte van het huishouden in de pré-mantelzorgwoning
In bijlage I van het Besluit bouwwerken leefomgeving (Bbl) is beschreven onder welke voorwaarden een mantelzorgwoning vergunningsvrij is. Een onderdeel daarvan is dat het moet gaan om één huishouden van maximaal twee personen. Minimaal één persoon uit dit huishouden moet mantelzorg verlenen of ontvangen. Aangezien een pré-mantelzorgwoning (vaak) later een vergunningsvrije mantelzorgwoning wordt, sluiten we in dit beleid aan bij de eisen van de Bbl. Zo zorgen we voor een soepele overgang van tijdelijke pré-mantelzorg naar vergunningsvrije mantelzorg.
2.4 Samenvatting voorwaarden bewoners pré-mantelzorgwoning
Door middel van een schriftelijke verklaring moet worden aangetoond dat er sprake is van een duurzame sociale relatie tussen de (toekomstige) zorgverlener en de zorgontvanger;
Van een te verwachten zorgbehoefte is sprake:
Wanneer ten minste één van de bewoners van de hoofdwoning of de gevraagde pré-mantelzorgwoning ouder is dan 75 jaar;
Wanneer uit een verklaring van een zorgprofessional blijkt dat binnen tien jaar sprake zal zijn van een mantelzorgsituatie.
In een pré-mantelzorgwoning mag maximaal één huishouden bestaande uit maximaal twee personen wonen. De bewoner van de pré-mantelzorgwoning is of de (toekomstige) zorgverlener of de zorgontvanger.