Belangrijk kenmerk van een pré-mantelzorgwoning is dat deze tijdelijk is. Bij de keuze voor de vorm van de pré-mantelzorgwoning is het belangrijk om dat altijd mee te wegen. Een pré-mantelzorgwoning kan op verschillende manieren worden gerealiseerd. Bijvoorbeeld door deze in de tuin te plaatsen, een aanbouw aan de woning te realiseren of door een bestaande schuur of garage om te bouwen. In dit hoofdstuk staat beschreven aan welke voorwaarden een pré-mantelzorgwoning moet voldoen. Ook staat uitgelegd waarom deze voorwaarden gesteld worden.
3.1 Bouw- en gebruiksmogelijkheden pré-mantelzorgwoning
Wanneer u voldoet aan de kenmerken van de bewoners, dan is het goed om te kijken onder welke voorwaarden een pré-mantelzorgwoning kan worden gebouwd. Voor het realiseren van een pré-mantelzorgwoning is altijd een omgevingsvergunning nodig. U kunt een pré-mantelzorgwoning realiseren door:
Een pré-mantelzorgwoning als tijdelijk gebouw in de tuin;
Een bestaande garage of schuur verbouwen tot pré-mantelzorgwoning;
Een permanent gebouw bouwen dat eerst als pré-mantelzorgwoning en daarna als schuur of garage kan worden gebruikt.
Voor het realiseren van bijbehorende bouwwerken (zoals aan-, uit- en bijgebouwen) sluit de gemeente Pijnacker-Nootdorp aan bij de landelijke bepalingen voor vergunningsvrij bouwen. Deze regels zijn opgenomen in het omgevingsplan Pijnacker-Nootdorp (inclusief de Bruidsschat) en het Besluit bouwwerken leefomgeving. Dat betekent dat er grens zit aan de oppervlakte, goothoogte en bouwhoogte van de bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied. Op pagina 12 vindt u hierover meer informatie.
Wanneer de pré-mantelzorg overgaat in mantelzorg dan moet worden voldaan aan de regels voor vergunningsvrije mantelzorg. In Pijnacker-Nootdorp zijn de bouw- en gebruiksmogelijkheden zo opgesteld dat die overgang zonder bouwkundige aanpassingen gaat. U hoeft alleen de gemeente te informeren door een brief of mail te sturen.
Wanneer de pré-mantelzorg eindigt door overlijden of verhuizing en er geen sprake meer is van een vorm van mantelzorg dan moet het beëindigd worden. Als u een tijdelijke unit hebt geplaatst dan moet deze weg worden gehaald, binnen zes maanden na afloop van de pré-mantelzorg. Wanneer u in een permanent gebouw tijdelijk voorzieningen hebt aangebracht voor de prémantelzorg, dan moeten binnen dezelfde periode van zes maanden de voorzieningen die het gebouw een woning maken worden verwijderd. Dat betekent dat voorzieningen zoals de keuken, badkamer en het toilet eruit moeten worden gehaald. Dit moet overigens ook bij een mantelzorgwoning. We sluiten aan bij de landelijke regelgeving.
Tijdelijk voor maximaal 15 jaar
Het is belangrijk dat u zich realiseert dat een pré-mantelzorgwoning altijd tijdelijk is. Er wordt medewerking verleend voor een periode van 10 jaar. Soms kan deze periode nog met 5 jaar worden verlengd. Aan een periode van meer dan 15 kan de gemeente niet meewerken. Dat mag wettelijk niet (Besluit bouwwerken leefomgeving).
3.2 Eisen aan de pré-mantelzorgwoning
Aan de pré-mantelzorgwoning stelt de gemeente verschillende eisen. Enerzijds om te zorgen dat deze geschikt is voor de toekomstige bewoners en anderzijds om de tijdelijke woning goed te laten aansluiten bij de omgeving.
Passend bij de toekomstige zorgvraag
Een pré-mantelzorgwoning wordt gerealiseerd met het oog op een toekomstige zorgvraag. Daarom is het belangrijk dat de pré-mantelzorgwoning niet alleen voldoet aan de eisen de bewoners daar nu aan stellen, maar ook aan zorgbehoefte die op de lange termijn wordt verwacht. Zo kunnen de bewoners daar langer blijven wonen, zonder dat daar aanvullende maatschappelijke kosten voor hoeven te worden gemaakt. Dat sluit aan bij de uitgangspunten uit de Woonzorgvisie Pijnacker-Nootdorp en onze inzet op preventie en het voorkomen van kosten in de Wet maatschappelijke ondersteuning. We beoordelen aan de hand van de indicatie die door de zorgprofessional is afgegeven of de pré-mantelwoning voldoet aan verwachte zorgbehoefte. Bijvoorbeeld of deze zonder treden moet zijn, rollatorgeschikt en/of rolstoelvriendelijk.
Een goede ruimtelijke inpassing en kwaliteit
Een pré-mantelzorgwoning is een tijdelijk bouwwerk. Desondanks is het, ook voor de omgeving, van belang dat de uitstraling van de pré-mantelzorgwoning aansluit bij de omgeving. Daarmee wordt de ruimtelijke kwaliteit van de gemeente beschermd en behouden. We verwachten dat een pré-mantelzorgwoning in de meeste gevallen welstandsvrij is. Dat komt omdat bijbehorende bouwwerken in het achtererfgebied aangemerkt zijn als welstandsvrije objecten in de gemeentelijke welstandsnota. Bovendien hoeven tijdelijke bouwwerken niet naar welstand. Mocht een aanvraag niet welstandsvrij zijn wordt de aanvraag voor advies voorgelegd aan de gemeentelijke adviescommissie Omgevingskwaliteit.
Achter de voorgevelrooilijn en in het achtererf
Net als voor andere (reguliere) bijbehorende bouwwerken (zoals aan-, uit- en bijgebouwen) geldt dat een pré-mantelzorgwoning alleen achter de voorgevelrooilijn geplaatst mag worden. De voorgevelrooilijn is de lijn die langs de voorkant van de hoofdwoning loopt. Overigens geldt dit ook voor de vergunningsvrije mantelzorgwoning. Deze voorwaarde zorgt ervoor dat de regels voor bebouwing op elkaar aansluiten.
Tijdelijke voorziening
De pré-mantelzorgwoning en de mantelzorgwoning zijn altijd tijdelijk van aard. De pré-mantelzorgwoning is een tijdelijk bouwwerk zoals bedoeld in bijlage 1 van artikel 1.1 van het Besluit bouwwerken leefomgeving. Een tijdelijk bouwwerk mag maximaal 15 jaar staan op dezelfde locatie. In Pijnacker-Nootdorp wordt een pré-mantelzorgwoning verleend voor een periode van 10 jaar. In die periode moet de zorgvraag zich voordoen. Zodra de zorgvraag zich voordoet, wordt de pré-mantelzorgwoning een mantelzorgwoning. Die mag blijven staan totdat de mantelzorg niet meer nodig is. Mocht de mantelzorg zich niet binnen de 10 jaar voordoen, dan kan in bijzondere gevallen nog 5 jaar langer medewerking verleend worden zodat de pré-mantelzorgwoning kan blijven staan. De pré-mantelzorgwoning (of mantelzorgwoning) mag niet gerealiseerd worden door bijvoorbeeld woningsplitsing of een andere zelfstandige toevoeging van woonruimte. Voor regels over deze manier van wijziging van de woning kunt u kijken in het omgevingsplan, de huisvestingsverordening en de beleidsnota Woningvoorraad.
Eén mantelzorgwoning per hoofdwoning
Per hoofdwoning mag er één mantelzorgwoning toegevoegd worden. Om die reden is gekozen om ook één pré-mantelzorgwoning toe te staan per hoofdwoning. Op deze manier sluiten de regels van de vergunningsvrije mantelzorgwoning aan bij de pré-mantelzorgwoning.
Niet op bedrijventerrein en bij bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied
Een pré-mantelzorgwoning is toegestaan bij burgerwoningen en onder voorwaarden bij bedrijfswoningen in het buitengebied. Het is dus niet toegestaan bij recreatiewoningen en bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied en op bedrijventerreinen. Een recreatiewoning mag niet (permanent) worden bewoond en daardoor kan er ook geen sprake zijn van een (aankomende) mantelzorgsituatie. Daarnaast is het niet toegestaan bij bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied en op de bedrijventerreinen om ervoor te zorgen dat omliggende bedrijven niet nadelig beïnvloed worden door de plaatsing van de pré-mantelzorgwoning. In het glastuinbouwgebied mag een pré-mantelzorgwoning wel geplaatst worden als het bij een burgerwoning is (en dus niet bij een bedrijfswoning is). Op bedrijventerreinen is het plaatsen van een pré-mantelzorgwoning nooit toegestaan. Dit om de omliggende bedrijven en de ruimte om te ondernemen te beschermen. Bij bedrijfswoningen in het buitengebied mag het onder voorwaarden wel. In het buitengebied is vaak meer ruimte. De afstanden tussen woningen en bedrijven is hier groter dan in bijvoorbeeld de glastuinbouwgebieden en op de bedrijventerreinen. Wel wordt altijd getoetst om omliggende bedrijven niet in hun bedrijfsvoering gehinderd worden.
Geen extra uitrit
Een pré-mantelzorgwoning is een tijdelijk bouwwerk, dat op het achtererf van de hoofdwoning mag worden gerealiseerd. Vanwege de tijdelijke aard verlenen we geen medewerking aan een extra uitrit. De bewoners van de pré-mantelzorgwoning moeten dus gebruik maken van de bestaande voorzieningen op het perceel of in de omgeving.
Niet op de oprit
Ook is het niet toegestaan dat de pré-mantelzorgwoning op een eigen oprit geplaatst wordt. De kans bestaat dan dat auto’s die normaal op de oprit geplaatst worden op straat geparkeerd gaan worden. Dit kan de parkeerdruk vergroten in een buurt en om dit te voorkomen is het belangrijk dat de pré-mantelzorgwoning niet op een oprit geplaatst wordt.
Eigen huisnummer
Wanneer u een vergunning voor een pré-mantelzorgwoning aanvraagt dan moet u ook een huisnummer aanvragen. Dit kan tegelijkertijd. Daarmee hebben we als gemeente meer inzicht in waar de pré-mantelzorgwoningen staan. Bewoners van de pré-mantelzorgwoning kunnen zelf kiezen of ze zich inschrijven op het huisnummer van de pré-mantelzorgwoning of de hoofdwoning. Voor financiële regelingen, zoals uitkeringen, AOW en toeslagen, heeft dat soms voordelen (bijvoorbeeld AOW). Het brengt voor andere regelingen zoals gemeentelijke heffingen weer hogere kosten met zich mee.
3.3 Samenvatting voorwaarden pré-mantelzorgwoning
De pré-mantelzorgwoning moet gerealiseerd te worden binnen de bestaande bebouwingsmogelijkheden op grond van het omgevingsplan. Er mag niet meer gebouwd worden dan dat het omgevingsplan voorschrijft of vergunningsvrij is. In het buitengebied of in het glastuinbouwgebied geldt daarnaast dat de pré-mantelzorg woning binnen de bestemming wonen gebouwd moet worden
Aan de pré-mantelzorgwoning worden de volgende eisen gesteld:
De pré-mantelzorgwoning past bij de verwachtte zorgvraag die blijkt uit de eventuele indicatie van een zorgprofessional (bijvoorbeeld een nultredenwoning die rollatorgeschikt en rolstoelvriendelijk is.
De uitstraling van de pré-mantelzorgwoning past binnen de omgeving en wordt beoordeeld door de commissie ruimtelijke kwaliteit;
De pré-mantelzorgwoning moet achter de voorgevelrooilijn geplaatst worden;
De pré-mantelzorgwoning is altijd tijdelijk van aard en mag geen toevoeging zijn van de woningvoorraad;
Er mag maximaal 1 pré-mantelzorgwoning worden toegevoegd per hoofdwoning;
Een pré-mantelzorgwoning is niet toegestaan bij recreatiewoningen en bedrijfswoningen in het glastuinbouwgebied en op bedrijventerreinen. Op een bedrijventerrein mag een pré-mantelzorgwoning nooit, in het glastuinbouwgebied alleen bij burgerwoningen. Het is wel onder voorwaarden toegestaan om bij bedrijfswoningen in het buitengebied een pré-mantelzorgwoning te plaatsen.
Een extra uitrit voor de ontsluiting van een pré-mantelzorgwoning op een perceel is niet toegestaan;
De pré-mantelzorgwoning mag niet op eigen oprit geplaatst worden.
De pré-mantelzorgwoning krijgt een eigen huisnummer