3.1 Toegang (specialistische) jeugdhulp via de gemeente
Kinderen/jongeren en hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) kunnen met hun hulpvraag terecht bij het college.
Het college ziet het eerste contact over een hulpvraag als een officiële aanvraag als kinderen/jongeren en hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) aan de eisen uit de Algemene wet bestuursrecht voldoen zoals beschreven in de artikelen 4.1 en 4.2. van die wet.
Het college ziet een ondertekend verslag van het gesprek als een definitieve aanvraag als er volgens het tweede lid - nog geen aanvraag is ingediend en kinderen/jongeren en hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) dit aangeven.
Als kinderen/jongeren of hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) zelf jeugdhulp willen inkopen met een persoonsgebonden budget (pgb), moeten ze een pgb-plan indienen, zoals bedoeld in artikel 5 van deze verordening. Het college ziet een ondertekend pgb-plan als een aanvraag voor een pgb.
Het college neemt binnen acht weken na de ontvangst van de aanvraag een besluit, zoals bedoeld in art. 4.13. en 4.14 van de Algemene wet bestuursrecht.
Het besluit wordt gebaseerd op het onderzoek, zoals vermeld in art. 5 van Hoofdstuk 4 van deze verordening.
Het college kan binnen acht weken besluiten dat er meer tijd nodig is om onderzoek uit te voeren en tot een besluit te komen, zoals bedoeld in art. 4.13 en 4.14 van de Algemene wet bestuursrecht.
Het college neemt een officiële beslissing over de aanvraag voor een individuele voorziening. Dit heet een beschikking.
In spoedeisende gevallen zorgt het college zo snel mogelijk voor passende hulp. Het college legt de beslissing over de inzet van de hulp dan binnen twee weken na de start van de hulp vast in een beschikking.
3.2 Jeugdhulp via de huisarts, specialist of jeugdarts
Bij voorkeur wordt door huisartsen, specialisten-kindergeneeskunde of – kinderpsychiaters en jeugdartsen naar de POH jeugd verwezen.
Als een jeugdhulpaanbieder zonder contract met de gemeente hulp geeft na een doorverwijzing, betaalt het college die hulp niet, tenzij:
er een pgb (persoonsgebonden budget) afgegeven is voor die hulp en het pgb daarin voorziet qua bedrag.
dezelfde hulp niet (eventueel na een wachttijd conform de Treeknormen) via een andere aanbieder met een contract kan worden geregeld, maar wel nodig is.
er een expliciete reden is voor betaling met terugwerkende kracht indien alsnog een contract met die aanbieder tot stand komt.
Als kinderen/jongeren of hun ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) een pgb willen, kijkt het college of dit volgens de regels mag. De huisarts, specialist of jeugdarts kan géén pgb toekennen. Alleen het college beslist of er een pgb wordt goedgekeurd, zoals beschreven in de Jeugdwet.
Ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) moeten alle informatie geven die nodig is voor het onderzoek. Als ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s)s dit niet doen, kan het college de aanvraag stoppen of afwijzen.
Ouder(s) of wettelijke vertegenwoordiger(s) mogen alleen van deze regel afwijken als het college hier vanwege speciale omstandigheden vooraf schriftelijk mee instemt.
De jeugdhulpaanbieder moet zich houden aan de regels in deze verordening en de afspraken met het college.
Het college kan met een jeugdhulpaanbieder afzonderlijke afspraken maken over de inrichting van de toegang tot jeugdhulp, waaronder de wijze van doorverwijzing.