Binnen het landelijk gebied van de gemeente Bergeijk onderscheiden we verschillende permanente woningtypen, elk met hun eigen voorwaarden en bijbehorende fysieke tegenprestatie in omgevingskwaliteit. Daarbij sluiten we aan op de Omgevingsverordening Noord-Brabant en de Beleidsregel Omgevingsrecht Noord-Brabant. We hanteren voor een bouwmassa ten behoeve van wonen een maximale omvang van 1000 m³ omdat dit aansluit bij het karakter van het landelijk gebied. Afhankelijk van de locatie en de fysieke tegenprestatie in de omgevingskwaliteit is het mogelijk om meerdere bouwmassa’s te realiseren, waarbij de ontwikkeling niet mag leiden tot een stedelijke ontwikkeling.

Permanente woningtypen (met 1 bouwmassa van max. 1000 m³)

A

1 vrijstaande woning

B

Meerdere woningen in 1 bouwmassa

B1

2 woningen in 1 bouwmassa

B2

3 tot maximaal 8 woningen in 1 bouwmassa

E

Realisatie van 1 of meerdere wooneenheden in bestaande karakteristieke bebouwing

  • - Woningtype A

    De afgelopen jaren zijn met name traditionele vrijstaande woningen van 1.000 m³ gerealiseerd, maar dit woningtype sluit onvoldoende aan bij de actuele behoefte in Bergeijk. Daarom ziet de gemeente ontwikkelingen in woningtype A enkel nog als kansrijk wanneer deze worden gecombineerd met de oplossing van een knelpuntlocatie, zoals de sanering van een (agrarisch) bedrijf. De fysieke tegenprestatie in omgevingskwaliteit moet in dit geval tenminste bijdragen aan de herontwikkeling van zo’n locatie, waarbij ook landschappelijke kwaliteitswinst wordt geboekt. Deze gekoppelde aanpak moet juridisch worden vastgelegd in een ruimtelijke procedure.

  • - Woningtype B

    Om beter aan te sluiten bij de huidige woningbehoefte in de gemeente, wordt gestuurd op de realisatie van kleinere wooneenheden binnen een bouwmassa van maximaal 1.000 m³. De voorwaarden verschillen per woningtype en zijn afgestemd op het aantal wooneenheden binnen de bouwmassa. Om de realisatie van meerdere kleinere woningen te stimuleren biedt de gemeente de mogelijkheid om een deel van de fysieke tegenprestatie in omgevingskwaliteit via een (gedeeltelijke) storting in een gemeentelijk fonds in te vullen.

    • - Woningtype B1: Maximaal twee wooneenheden binnen één bouwmassa.
    • - Woningtype B2: Drie tot maximaal acht wooneenheden binnen één bouwmassa.
  • - Woningbouwtype E

    Omdat we het belangrijk vinden om karakteristieke bebouwing in het landelijk gebied te behouden, geldt dat splitsing van dergelijke bebouwing ook buiten bestaande bebouwingsconcentraties in meerdere woonfuncties mogelijk is. Door deze panden op te splitsen in meerdere wooneenheden binnen de bestaande bouwmassa, wordt hergebruik mogelijk gemaakt en erfgoed behouden.

  • - Uitsluitingen

    De Omgevingsverordening Noord-Brabant en de Beleidsregel Omgevingsrecht Noord-Brabant bieden ook mogelijkheden voor de realisatie van standplaatsen voor woonwagens (woningtype C) en tiny houses (woningtype D).

    • - Woningtype C

      Ontwikkelingen van woonwagens moeten plaatsvinden in het stedelijk gebied. Om die reden wordt geen medewerking verleend aan nieuwe standplaatsen in het landelijk gebied.

    • - Woningtype D

      Een alleenstaand tiny house (wooneenheden tot 150 m³) wordt niet als gebiedseigen bebouwing gezien en wordt uitgesloten in deze beleidsregel. Het realiseren van meerdere tiny houses bij elkaar wordt enkel als kansrijk beschouwd wanneer voldaan wordt aan de voorwaarden van de Maatwerkregel collectieve woonvormen.