Er kunnen niet overal in het landelijk gebied woningen worden gebouwd en toegevoegd. Of een locatie geschikt is voor het realiseren van een woning(en), hangt af van een aantal omstandigheden. Daarbij is het uitgangspunt dat nieuwe woningen zo veel mogelijk worden toegevoegd binnen bestaande structuren in het landschap. Daarnaast moet bij iedere aanvraag worden onderbouwd dat sprake is van een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. Als er bijvoorbeeld sprake is van milieutechnische belemmeringen, kan geen medewerking worden verleend aan woningbouwplannen.

Voorwaarden voor een geschikte locatie

Toelichting

1a.

De woning(en) wordt gebouwd binnen een bestaande bebouwingsconcentratie.

Sluit aan bij bestaande bebouwingsconcentraties, zoals weergegeven in bijlage 1.

1b.

Als aanvulling op 1a: de woning(en) ligt op een passende locatie conform de Omgevingsverordening Noord-Brabant en de Beleidsregel Omgevingsrecht Noord-Brabant.

Op basis van het provinciale beleid is ook ruimte voor het toevoegen van een woning(en) op plekken die liggen in een logische afronding van stedelijk gebied, bebouwd gebied of een bebouwingsconcentratie. De initiatiefnemer moet onderbouwen waarom de ontwikkeling op deze locatie passend is. Een bebouwingsconcentratie mag niet steeds verder worden uitgebreid, alleen logische aanvullingen binnen de bestaande structuur zijn mogelijk.

2.

De ontwikkeling belemmert geen zichtlijnen in het landschap.

Zichtlijnen zijn belangrijk om het open en landelijke karakter van het gebied te behouden.

3.

De breedte van het plangebied moet minimaal 1,5 keer zo breed zijn als de kant van de woonfunctie die aan de straatzijde grenst, zie figuur 1.

Het plangebied waarop gebouwd wordt moet ruim genoeg zijn voor een inpassing van de woonfunctie. Daarom geldt de regel dat het plangebied minimaal 1,5 keer zo breed moet zijn als de woonfunctie aan de straatzijde.

Figuur 1: Voorbeeld van een plangebied dat 1,5 keer zo breed is als de breedte van de totale woonfunctie aan de straatzijde.