1.. Het college doet de raad jaarlijks een voorstel voor de hoogte van de gemeentelijke tarieven voor belastingen, leges, rioolheffing en afvalstoffenheffing.

2.. Het college beoordeelt minimaal eens in de vier jaar of het noodzakelijk is om een nota grondprijsbeleid aan te bieden aan de raad. In de nota grondprijzenbeleid komen de kaders voor de prijzen voor de verhuur, en verkoop van onroerende goederen en in het bijzonder de prijzen voor de uitgifte van gronden en erfpachtcanons aan bod. De raad stelt de nota vast.

3.. Eventuele besluiten voor het vaststellen van nieuwe prijzen, prijzen anders dan genoemd in voorgaande artikelen, en wijzigingen van prijzen worden ter kennisneming aan de raad aangeboden.