Als één roerende woon- of bedrijfsruimte wordt aangemerkt:
een binnen de gemeente gelegen, niet onroerende woon- of bedrijfsruimte, welke duurzaam aan een plaats gebonden is en dient tot permanente bewoning of permanent gebruik;
een gedeelte van een onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimte dat blijkens zijn indeling is bestemd om als een afzonderlijk geheel te worden gebruikt;
een samenstel van twee of meer onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimten of onder b bedoelde gedeelten daarvan die bij dezelfde belastingplichtige in gebruik zijn en die, naar de omstandigheden beoordeeld, bij elkaar behoren;
het binnen de gemeente gelegen deel van een onder a bedoelde roerende woon- of bedrijfsruimte, van een onder b bedoeld gedeelte daarvan of van een onder c bedoeld samenstel.
Artikel 2
Belastingobject
Onderdeel van Verordening belastingen op roerende woon- en bedrijfsruimten 2009