Bij de beoordeling van het levensgedrag van betrokkene(n), worden de volgende factoren betrokken:
type onderneming;
periode waarin de feiten zijn gepleegd;
type feiten: er is sprake van gedragingen die naar hun aard en ernst de vrees rechtvaardigen dat de aanwezigheid van de betrokkene(n) -als verantwoordelijke voor de onderneming- een bedreiging vormt voor de openbare orde, veiligheid of de kwaliteit van het woon- en leefklimaat in de buurt. Ook kan rekening worden gehouden met gedragingen die op zichzelf niet reeds als ernstig in vorenbedoelde zin worden beschouwd, maar die in samenhang met andere gedragingen een bepaald gedragspatroon opleveren dat voormelde vrees rechtvaardigt. Feiten die zijn begaan in de privésfeer worden eveneens betrokken in de beoordeling;
mate van samenhang van de gedragingen met de activiteit waarvoor de vergunningplicht geldt;
de omstandigheid of er een sanctie is opgelegd en de zwaarte van deze sanctie; het is niet vereist dat er een sanctie is opgelegd om een feit mee te kunnen nemen in de beoordeling van het levensgedrag. Bij een sepot kan het feitencomplex informatie bevatten over de houding en het gedrag van de betrokkene(n) die relevant is voor de toets op het levensgedrag. Het delict zelf zal niet worden meegenomen in de beoordeling, maar relevante informatie over houding en gedrag wel. Een dergelijk feitencomplex zal op zichzelf staand geen weigeringsgrond opleveren;
de leeftijd op pleegdatum en huidige leeftijd van betrokkene(n). Ook feiten gepleegd als minderjarige, kunnen bij de beoordeling worden betrokken;
de omstandigheid of de betrokkene(n) verwijtbaar of nalatig betrokken is of zijn geweest bij een pand dat op last van de burgemeester op grond van artikel 13b van de Opiumwet, artikel 174a van de Gemeentewet, of op grond van de APV is gesloten.
Artikel 6.
Factoren voor het beoordelen van het levensgedrag
Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Waadhoeke 2025