Naar hoofdinhoud

Artikel 7.

Periode waarin de feiten zijn gepleegd

Onderdeel van Beleidsregel beoordeling levensgedrag gemeente Waadhoeke 2025

1.. In beginsel worden alleen feiten die zich hebben voorgedaan in de periode van vijf jaar voorafgaand aan het besluit meegenomen in de beoordeling. Dit geldt niet voor informatie van de Belastingdienst en overige fiscale feiten. Daarbij wordt gekeken naar de aard en de omvang van de informatie en of sprake is van een patroon om te beoordelen of dit relevant is voor de toets op levensgedrag. 2.. Bij de berekening van de periode van vijf jaar zoals beschreven in het eerste lid gelden de volgende uitgangspunten: de pleegdatum is leidend; voor de berekening van de laatste vijf jaar telt de periode waarin een onvoorwaardelijke vrijheidsstraf of voorlopige hechtenis is ondergaan niet mee; de peildatum voor het vaststellen van de periode van vijf jaar is de datum van het primaire besluit over het levensgedrag op de aanvraag van de exploitatievergunning, de tussentijdse bijschrijving van een betrokkene(n) dan wel de intrekking van de exploitatievergunning; indien er sprake is van een patroon of een hoge frequentie van (soortgelijke) feiten, kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan vijf jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken.

Rechtspraak bij dit artikel