Het Omgevingsplan bepaalt welke functie (voorheen bestemming) de reststrook heeft en hoe deze gebruikt mag worden. Aangekochte reststroken bij woonpercelen mogen worden betrokken bij, en gebruikt worden als, tuin. Dit betekent dat er slechts zeer beperkte mogelijkheden zijn voor bebouwing, zoals een tuinhuis, berging, carport of erfafscheiding.
Na verkoop van reststroken wordt de bestaande functie, zoals ‘groen’ of ‘verkeer’, niet direct aangepast in het Omgevingsplan. De gemeente streeft er echter naar om de functie van verkochte reststroken uiteindelijk te wijzigen naar ‘tuin’.
Het is voor de gemeente niet werkbaar om na elke verkoop van reststroken een herziening van het Omgevingsplan door te voeren. Daarom mogen kopers de reststroken als tuin gebruiken, in afwijking van het Omgevingsplan en met uitzondering van bebouwing, tot het moment waarop de eerstvolgende integrale herziening van het Omgevingsplan plaatsvindt. Bij die herziening worden de functies van de verkochte reststroken formeel aangepast naar ‘tuin’.
Als bewoners vóór dat moment een bouwwerk of schutting willen plaatsen, is dit alleen mogelijk wanneer zij een vergunning aanvragen voor gebruiken van de grond in afwijking van de functie én deze wordt verleend.
Hoofdstuk 2.
Artikel 2.8
Omgevingsplan (voorheen bestemmingsplan)
Onderdeel van Beleidsnota reststroken en oneigenlijk grondgebruik Gemeente Veenendaal