Tijdens het opstellen van de eerste archeologische verwachtings- en beleidskaart uit 2004 omvatte de historische binnenstad de historische stadskern (AMK- terrein met monumentnr. 12071), het kasteel IJsselstein ((AMK 1224 en beschermd Rijksmonument 46201) en het klooster Onze-Lieve-Vrouweberg (AMK 1223 en beschermd Rijksmonument 46200), met in de diepere ondergrond kom- en oeverafzettingen. De (mislukte) middeleeuwse stadsuitbreiding Nieuwepoort is toen buiten beschouwing gebleven en tot het buitengebied gerekend. Ook bij de actualisatie van 2011 heeft men deze begrenzing van de historische binnenstad gehanteerd. Bij de inventarisatie van de nieuwe archeologische gegevens nemen we Nieuwpoort wel mee, om te onderzoeken of de kenmerken ervan aanleiding geven om het gebied alsnog aan de historische binnenstad toe te voegen.
De vroegste vondsten die tot 2011 in de binnenstad zijn aangetroffen, dateren uit de Romeinse tijd en zijn afkomstig uit de top van de kom- en oeverafzettingen. Bijbehorende bewoningssporen zijn echter niet bekend. Uit naamkundige gegevens is duidelijk dat in ieder geval vanaf de vroege middeleeuwen sprake is van bewoning bij Eiteren (gelegen direct ten noordwesten van de binnenstad).
De historische stadskern van IJsselstein stamt uit de late middeleeuwen en Nieuwe tijd. Aan de basis van het ontstaan ervan liggen de heren Van Amstel die in de 13e eeuw de omgeving van IJsselstein als leen in bezit hebben. In een document uit 1279 wordt het Stein (stenen bouwwerk of kasteel) voor het eerst genoemd. Dat is het jaar waarin Gijsbrecht van Amstel tot Gijsbrecht van IJsselstein benoemd wordt: heer van IJsselstein. Kasteelheer Gijsbrecht van Amstel stimuleerde omstreeks 1300 de groei van de nederzetting die mogelijk snel na de bouw van het kasteel was ontstaan. In die tijd was de nederzetting omgeven door een gracht en mogelijk ook een omwalling met palissade. Omstreeks 1344 werd het stadsgebied in zuidoostelijke richting uitgebreid met de Nieuwpoort. Deze uitbreiding was niet heel succesvol omdat het grotendeels onbebouwd is gebleven. Eind 14e eeuw liet Arnold van Egmond de stad versterken met een ommuring voorzien van torens en poorten. Vermoedelijk is Nieuwpoort vanwege de spaarzame bewoning maar deels ommuurd geweest. In 1394 stichtte hij op de Nieuwpoort een Cisterciënzer monnikenklooster, genaamd Onze-Lieve-Vrouweberg. Omdat was gebleken dat de eerdere uitbreiding van de stad te groot was geweest, werd omstreeks 1470 de stadsgrens naar binnen aangepast waarbij de huidige stadsgracht is verbreed. In 1495 werd vervolgens het klooster, dat door de aanpassingen buiten de stad was komen te liggen, verplaatst naar de westkant van de Kloosterstraat in de binnenstad. Het oude klooster werd afgebroken.48Dijkstra e.a., 2004. Van Rooij & De Boer, 2011.
Hoewel IJsselstein door de aanwezigheid van verdedigingswerken, een kerk, een klooster en een gasthuis een stedelijk karakter bezat, blijkt uit de oudste historische kaarten van Jacob van Deventer (uit 1575) en Blau (uit ca. 1650) dat nog veel percelen binnen de stadsmuren in de 15e en 16e eeuw een agrarische functie hadden. Daarmee past IJsselstein in het algemene beeld wat van historische steden in Nederland bestaat. Uit historische bronnen is al langere tijd bekend dat kleinschalige landbouw veel voorkwam in middeleeuwse- en vroeg-moderne steden. Een studie van 1380 archeologische rapporten van opgravingen in Nederland uit de periode 1997 tot en met 2017 toont aan dat de stadslandbouw ook in het archeologisch bodemarchief zijn sporen heeft nagelaten. Zo zijn in verschillende historische steden resten van boerderijen, afgedekte akkers, bodemverbeteringssporen, mestkuilen, paarden- en veestallen en dierenkooien vastgesteld. Uit deze archeologische resten kan worden afgeleid dat verschillende vormen van stedelijke landbouw (veeteelt, akkerbouw en tuinbouw) hebben bijgedragen aan een zekere mate van zelfredzaamheid voor veel stadsbewoners.49Fischer e.a., 2021.
IJsselstein werd regelmatig door branden en plunderingen geteisterd waardoor gebouwen werden verwoest of afgebroken en opnieuw opgebouwd. Hierdoor zijn in IJsselstein, net als in de meeste andere oude Nederlandse steden, ophogingspakketten op de natuurlijke afzettingen ontstaan. Enkele waarnemingen geven de indruk dat de basis van het ophogingspakket ter plaatse van de oeverafzettingen op ca. 1,0 m + NAP ligt (ca. 1,8 m -mv) en ter plaatse van de komafzettingen rond 0,3 m +NAP (ca. 1,7 m- mv).50Dijkstra e.a., 2004.
Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4
Artikel 3.4.2
Kader
Onderdeel van Archeologie van stad en platteland in de gemeente IJsselstein