Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.3

Archeologische gegevens

Onderdeel van Archeologie van stad en platteland in de gemeente IJsselstein

Sinds 2011 zijn in het onderzoeksgebied 32 onderzoeken aangemeld in Archis.51Zie kaartbijlage 1 en bijlage 4 (catalogus met onderzoeken). Het gaat met name om bureauonderzoeken, verkennende booronderzoeken en opgravingen in de variant archeologische begeleiding. Hieronder worden de resultaten van deze onderzoeken kort besproken. Voor de ligging en omschrijving van de hierbij genoemde vindplaatsen, AMK-terreinen en onderzoeken wordt verwezen naar de bijlagen 1 tot en met 4 en kaartbijlage 5. Binnen de historische stadskern (AMK 12071) zijn verschillende waarnemingen gedaan. Het merendeel van de onderzoeken van na 2011 zijn in het zuidwestelijke kwart van de stadskern gelokaliseerd. Op basis van twee booronderzoeken (onderzoekscatalogusnrs. 83 en 115), zes archeologische begeleidingen (onderzoekscatalogusnrs. 97, 112, 128, 155, 180 en 195) en een proefsleuvenonderzoek (onderzoekscatalogusnr. 193) kan de bodemopbouw hier als volgt worden gereconstrueerd: de top bestaat uit het ophogingspakket uit de late middeleeuwen en Nieuwe tijd. De dikte van dit pakket varieert, maar kan wel zo’n 1,5 m dik zijn en tot 1,8 m onder het maaiveld (2,7 m -NAP) reiken.52De Boer 2019. Hieronder bevinden zich doorgaans kleiige en venige komafzettingen die op 3,5 tot 4,5 m – mv over gaan in oeverafzettingen van de Wiersch stroomgordel. Soms bevinden zich tussen het ophogingspakket en de komafzettingen een enkele decimeters dikke laag oeverafzettingen van waarschijnlijk de Hollandse IJssel.53Van Rooi, 2011; Beckers, 2013; Jezeer, 2014. De gravende onderzoeken beperkten zich voornamelijk tot het ophogingspakket. In enkele smalle sleuven en een kleine bouwput zijn muurresten van waarschijnlijk 19e eeuwse gebouwen en de fundering van een brandspuithuisje uit de eind 19e, begin 20e eeuws gevonden. Het brandspuithuisje bleek gefundeerd op – en opgebouwd is uit bakstenen van – de voormalige hoektoren van de stadsmuur.54Pijpelink & Jaspers, 2014; Van Engeldorp Gastelaars, 2023. In proefsleuven langs de Molenstraat zijn (delen van) twee ronde torenfunderingen uit de 14e/15e eeuw en een deel van de stadsmuur teruggevonden (op 0,66 en 0,19 m +NAP).55Van Engeldorp Gastelaars 2020. Op ongeveer dezelfde locatie zijn bij een begeleiding funderingen van verschillende huizen uit de 16e - 20e eeuw en een rosmolen van een grutterij uit de eerste helft van de 19e eeuw aangetroffen.56Van Engeldorp Gastelaars, 2023. Ter plaatse van het Koningshof zijn in de natte en slappe veen- en kleiafzettingen (0,7 tot 1,2 m -mv) de oudste sporen gevonden: 13e en 14e eeuwse percelering in de vorm van vlechtwerkwanden en een sloot met bijbehorende aardewerk- en metaalvondsten. Dit duidt erop dat het gebied toen al wel in gebruik was, waarschijnlijk als weiland en erf. Vanaf waarschijnlijk het midden van de 14e eeuw wordt het gebied (net als de rest van historisch IJsselstein) beter geschikt gemaakt voor bewoning door een ophogingspakket aan te brengen. Uit deze periode tot in de 17e eeuw zijn enkele restanten van muurfunderingen gevonden. Daarnaast zijn in totaal veertien beerputten uit de 17e tot 19e eeuw gevonden, waarvan tien vondsten van huisraad bevatten die als afval zijn weggegooid.57Jezeer, 2014; Van Engeldorp Gastelaars, 2023. Tijdens begeleidingen langs de Walkade zijn 23 begravingen en resten van een muur aangetroffen. De begravingen maken deel uit van het kerkhof van de Rooms‐Katholieke (schuil)kerk aan de Havenstraat dat teruggaat tot 1635. Het kerkhof dateert evenwel pas uit de periode 1822‐1829.58Jacobs 2018. Bij de meeste in het zuidwestelijke kwart gelegen onderzoeken is sprake van een beperkte onderzoeksdiepte waardoor het merendeel van de archeologische resten in situ bewaard is gebleven (kaartbijlage 8). In het noordoosten zijn aan de Walkade een verkennend booronderzoek (onderzoekscatalogusnr. 161) en een archeologische begeleiding (onderzoekscatalogusnr. 164) uitgevoerd. Binnen 3,0 m ‐mv bestaat de bodemopbouw uit antropogene lagen (grachtvullingen, omgewerkte en laatmiddeleeuwse stadsophogingspakketten), natuurlijke afzettingen zullen dieper dan 3,0 m liggen.59Hanemaaijer, 2016. Bij het uitgraven van de bouwput zijn binnen 1,5 m -mv een gedeelte van de stadsmuur, afgebroken muurrestanten en twee bakstenen poeren aangetroffen. De restanten zijn gelegen tussen 0,78 en 0,52 m +NAP. De verwachte stadsgracht ligt waarschijnlijk dieper dan de ontgravingsdiepte en is niet in beeld gekomen.60Pels‐Ouweneel, 2019. Een booronderzoek in het westen (onderzoekscatalogusnr.: 102) laat zien dat hier het bovenste deel van de bodem bestaat uit laatmiddeleeuwse en Nieuwetijdse ophogingslagen (met o.a. houtskool, fragmenten puin, aardewerk, leisteen en glas) die rond 1,5 m ‐mv overgaan in komklei.61Huizer, 2013. De hierop volgende archeologische begeleiding (onderzoekscatalogusnr.: 171) betrof werkzaamheden die niet dieper gingen dan 0,3 m en leverde daardoor geen nieuwe informatie op.62Weerheijm en Van Heeringen, 2018. Centraal in de historische kern is bij de archeologische begeleiding van de herinrichting van Vingerhoekhof (aanleg nieuwe riolering en afvalcontainers) een voormalig achtererf middels enkele zeer smalle sleuven onderzocht (onderzoekscatalogusnr.: 196). De bodem ter plaatse bestaat uit historische ophogingslagen met vanaf 1,3 m -mv kleiige en venige komafzettingen. Aangetroffen is een kuil (uitbraaksleuf?) uit de 16e‐17e eeuw. Eerdere bouw‐ en sloopwerkzaamheden (eind 20e eeuw) hebben er waarschijnlijk voor gezorgd dat ondiepe sporen niet meer aanwezig zijn. Diepere sporen (beer‐ en waterputten, afval‐/mestkuilen en diepe paalkuilen kunnen in de omgeving nog wel verwacht worden.63Van Engeldorp‐Gastelaars, 2022. In de nabijheid staan nog twee onderzoeken in Archis geregistreerd (Onderzoekscatalogusnr.: 204 & 209) die nog niet zijn gerapporteerd of niet zijn uitgevoerd. Ter hoogte van het kasteelterrein en omgeving zijn enkele inventariserende onderzoeken uitgevoerd. Op het kasteelterrein zelf, dat een beschermde status heeft, gaat het om een verkennend booronderzoek (onderzoekscatalogusnr. 152) en een archeologische begeleiding van de herinrichting van het kasteelpark (onderzoekscatalogusnr. 170). Tijdens het booronderzoek zijn -niet geheel onverwachts- resten van funderingen van het kasteel en ondoordringbare puinresten vastgesteld.64Verschoof-Van der Vaart 2016. De archeologische begeleiding heeft een goed beeld van de bodem en de aanwezige archeologische resten opgeleverd. De natuurlijke bodemopbouw ter hoogte van het kasteel bestaat uit oeverafzettingen waarvan de top rond 1,6 m NAP ligt. Hierop is een 1,2 m dik ophogingspakket aanwezig dat vanaf de 12 eeuw is ontstaan. Binnen het pakket zijn onderin een brandlaag uit de 12e‐13e eeuw) en rond 0,7 m -mv een bodem/laklaag (uit 13e/ begin14e eeuw) aangetroffen op 2,1 m NAP. De oudste sporen zijn ongeveer vanuit het midden van het ophogingspakket ingegraven (waterput en uitbraaksporen). Centraal in het onderzoeksgebied gebied zijn bewoningssporen aangetroffen (waterput, afvalkuilen, paalspoor en uitbraaksporen) uit de oudste fase van het kasteel IJsselstein (vlak voor de verwoesting in 1417). Daarnaast zijn funderingsresten en twee waterputten aangetroffen die samenhangen met de herbouw uit ca. 1477 (Gevangenentoren, poortgebouw en woonvertrekken), de kasteelommuring uit ca. 1478 en latere ommuringen (tussen de Gevangenentoren en de Loyertoren:15e eeuw tot 1765 en tussen de Kleine toren en de Gevangenentoren: 19e eeuw?), alsmede van latere dichtzettingen (bij het poortgebouw). Met betrekking tot de archeologische kwaliteit van het kasteelterrein is vastgesteld dat met name centraal sprake is van een min of meer intact spoorniveau uit de kasteelfase van vóór de verwoesting in 1417. Van de herbouwfase zijn ondank een grondige uitbraak van de funderingen toch relatief veel funderingsresten overgebleven. Met name in het zuidoosten lijken de fundering van het poortgebouw met woonvertrekken relatief goed bewaard gebleven. De waterputten zijn vrijwel intact en zeker de dieper vullingen daarvan.65Jordanov 2020. In het gebied ten noorden van het kasteelterrein staan in Archis een verkennend booronderzoek (onderzoekscatalogusnr. 174) en een archeologische begeleiding van de sloop van een schoolgebouw (onderzoekscatalogusnr. 192) geregistreerd. Uit het booronderzoek blijkt dat onder de recent geroerde bovengrond (dikte ca. 0,5 m) een antropogeen ophogingspakket ligt dat stamt uit de late middeleeuwen en nieuwe tijd. De basis van dit pakket ligt tussen 0,95 en 1,8 m -mv, eronder bevinden zich oeverafzettingen van de stroomgordel van Buitenzorg. In het historische ophogingspakket en de top van de oeverafzettingen kunnen archeologische resten aanwezig zijn die samenhangen met de historische kern van IJsselstein, kasteel IJsselstein, de nabijgelegen Touwslagerij ‘De Drie Vrienden’ en de Hofkamp (moestuinen). In de top van de oeverafzettingen zijn daarnaast resten uit het neolithicum tot de vroege middeleeuwen te verwachten.66Nales, 2018. De archeologische begeleiding van de sloop van de in het plangebied aanwezige gebouwen heeft aangetoond dat ter plaatse van de Fatimaschool de bodem over grote delen tot in de oeverafzettingen was verstoord waardoor geen intacte archeologische resten meer te verwachten zijn. Elders in het plangebied kunnen deze nog wel aanwezig zijn, bijvoorbeeld de oude kasteelgracht in het zuiden van het plangebied.67De Hoop & Scheeringa, 2022. Bij een archeologische begeleiding direct te noordwesten van het kasteelterrein zijn de kasteelgracht en enkele paalsporen en puinconcetraties uit de Nieuwe tijd aangetroffen (onderzoekscatalogusnr. 212). De archeologische niveaus bleken hier nog goed bewaard gebleven. Bij de inventarisatie zijn ook enkele onderzoeken in de Nieuwpoort meegenomen. In dit deel van de stad zijn vanaf 2012 een bureauonderzoek (onderzoekscatalogusnr. 154)68Ten Broeke 2016a., twee verkennende booronderzoeken (onderzoekscatalogusnr. 96 en 163),69Hanemaaijer 2013,Ten Broeke 2016b. Een derde in Archis geregistreerd booronderzoek betreft onderzoekscatalogusnr. 207. Waarschijnlijk is dit onderzoek (nog) niet uitgevoerd omdat eerste bevindingen en eindrapport ontbreken. en een proefsleuvenonderzoek uitgevoerd (onderzoekscatalogusnr. 121).70Van der Mark 2014. Het verkennende onderzoek in het zuiden van Nieuwpoort geeft aan dat de bodem hier in (sub) recente tijden tot 0,7-1,0 m -mv sterk is geroerd. Daaronder bevinden zich oeverafzettingen van de stroomgordel van Wiersch, vanaf 1,6 m -mv komafzettingen met veenlagen en vanaf ca. 3,3 m -mv oeverafzettingen van de Benschop stroomgordel. Het boor- en proefsleuvenonderzoek in het noordoosten laat zien dat de oeverafzettingen van Wiersch hier vanaf 0,7 m – mv voorkomen en worden afgedekt door een ophogingspakket dat waarschijnlijk samenhangt met de nieuwbouw in de jaren ’50 en ’60. De bovenste 0,5 – 1,0 m van de oeverafzettingen waren zwaar verstoord. Bij geen van de onderzoeken in Nieuwstad zijn resten van historische ophogingslagen aangetroffen. Ook andere archeologische indicatoren ontbreken. Uit onderzoek (onderzoekscatalogusnrs. 106 en 114) op het voormalige kloosterterrein in het noordelijk deel van Nieuwpoort zijn de historische ophogingslagen nog redelijk tot goed intact aangetroffen. De bovenzijde van deze archeologische laag ligt rond 0,5 m ‐mv.71Huizer 2013; Bouma 2013.

Rechtspraak bij dit artikel