Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3 › Paragraaf 3.5

Artikel 3.5.1

Inleiding

Onderdeel van Archeologie van stad en platteland in de gemeente IJsselstein

De laatste decennia is steeds meer aandacht gekomen voor archeologische resten van modern oorlogserfgoed. Hiermee wordt vooral dat erfgoed dat aan oorlog of de voorkoming daarvan of voorbereiding op kan worden gekoppeld. Met name wordt hier met modern de periode tussen 1870 en 1991 bedoeld. Dit is de periode die aanvangt met nieuwe fortenbouw en een verandering in het verdedigend concept van Nederland. Denk hierbij bijvoorbeeld aan de Nieuwe Hollandsche Waterlinie. Tevens is dit de periode van de toenemende industrialisatie, wat zijn effecten heeft op bewapening, munitie en vervolgens wijze van oorlogsvoeren. En tenslotte is het de eerste van een reeks van algemene mobilisaties van het Nederlandse leger. De eerste vanwege de Frans-Duitse oorlog. De periode eindigt in 1991 met het eindigen van de Koude Oorlog na het uiteenvallen van de Sovjet-Unie, de belangrijkste macht binnen het Warschaupact oftewel het Oostblok. Sinds 1949 was er een constante dreiging, vanwege een veronderstelde aanval van dat Oostblok op de vrije Westerse wereld, dat zich had samengebundeld binnen de NAVO. De dreiging heeft geleid tot voorbereidingen op een strijd, die gelukkig niet gekomen is. Anders was dat voor de twee mobilisaties na de eerste. Tijdens de Eerste Wereldoorlog is de Nederlandse krijgsmacht vier jaar lang gemobiliseerd geweest. Er zijn voorbereidingen geweest tegen een eventuele inval van elk der strijdende partijen. Niet alleen is door de wereldoorlog de internationale handel en voedselvoorziening ernstig in de war gelopen, de langdurige afwezigheid van jonge gemobiliseerde en economisch van vitaal belang zijnde mannen, is ook een ernstige inbreuk geweest op de welvaart. De mobilisatie en voorbereiding in augustus 1939 zou wel leiden tot strijd in mei 1940. Vervolgens is Nederland nadat het bezet werd door de Duitsers oorlogsterrein geweest. Niet dat er constant op het land gevochten werd, dat was wel het geval in de lucht boven ons en in de territoriale wateren. In de periode ná mei 1940 tot aan vijf jaar later zouden met name de Duitsers, al dan niet bijgestaan door Nederlandse ondernemers en werklui zich voorbereiden om de macht in handen te houden. Alle bovengenoemde perioden hebben geleid tot bijvoorbeeld bouwwerken, stellingen, inundatievoorbereidingen, opslagplaatsen, kazernes en oefenterreinen. De strijd heeft daarnaast ook zijn sporen achter gelaten. Al heel lang is er aandacht voor gebouwde monumenten. Maar dat daaraan of soms zelfs geheel los daarvan ook sporen in de bodem al dan niet voorzien van vondsten, gekoppeld kunnen worden, is pas recent erkend. Op basis van enkele wetenschappelijke studies is het belang van behoud en beheer van dergelijke sporen en vondsten, om ze te kunnen veiligstellen voor (toekomstig) onderzoek, expliciet gemaakt.72Bosman e.a. 2014; Bosman & Willemsen 2019. Het bureauonderzoek waarin het modern oologserfgoed in de gemeente IJsselstein is geïnventariseerd, is als bijlage 6 achter in het rapport opgenomen.

Rechtspraak bij dit artikel