**1..** Uittreding uit de regeling geschiedt door toezending van het daartoe strekkende besluit van de Minister, gedeputeerde staten of het college (hierna uittredende partij). Gedeputeerde staten en het college leggen daarbij ook het besluit tot toestemming van provinciale staten van de provincie, respectievelijk van de raad van de gemeente over.
**2..** De uittredende partij zendt het besluit tot uittreding aangetekend aan het algemeen bestuur. Daarbij wordt een opzegtermijn van één jaar, ingaande op 1 januari van het eerstvolgende kalenderjaar, in acht genomen. Het algemeen bestuur kan unaniem besluiten tot een andere opzegtermijn bij de vaststelling van het uittredingsplan.
**3..** Het algemeen bestuur regelt de gevolgen van de uittreding op basis van artikel 36a en b.
** 4. .** De kosten van uittreding komen bij uittreding van het college, gedeputeerde staten of de Minister voor rekening van de gemeente, de provincie respectievelijk de Staat.