**1..** De aangevraagde vergunning wordt geweigerd, als het pand ligt in een van de volgende op-slotgebieden:
Woensel-West;
Limbeek-Noord en Limbeek-Zuid;
Doornakkers-Oost en Doornakkers-West;
Bennekel-Oost;
Hemelrijken;
Gildebuurt.
Kaartjes van de bovengenoemde gebieden zijn opgenomen in de toelichting bij deze beleidsregels.
2. Een aangevraagde vergunning waarop lid 1 of artikel 7 (overgangsregeling) niet van toepassing is wordt geweigerd als:
het betreffende pand geheel of gedeeltelijk valt binnen, of wordt geraakt door, een straal van 30 meter gemeten vanuit het zwaartepunt van een legaal kamersgewijs bewoond pand en/of legaal gesplitste woning en/of combinatie van kamerbewoning en gesplitste woning. Hierbij worden ook panden betrokken waarvoor al eerder een aanvraag is ingediend en waarop nog niet onherroepelijk is besloten.
**3..** Indien geen sprake is van een eerdergenoemde weigeringsgrond kan de vergunning worden verleend als:
hierdoor geen onevenredige gevolgen (ongeoorloofde inbreuk) voor het woon- en leefmilieu ontstaan;
én
de aanvrager een schadeovereenkomst nadeelcompensatie met de gemeente heeft afgesloten;
én
in het geval van wijziging van een woning/kamersgewijs bewoonde woning naar meerdere zelfstandige woonruimten (woningsplitsing):
de nieuwe zelfstandige woonruimten ieder een oppervlakte van minimaal 25 m² hebben als ze binnen de ring liggen;
de nieuwe zelfstandige woonruimten ieder een oppervlakte van minimaal 35 m² hebben als ze buiten de ring liggen;
iedere verblijfsruimte voldoende daglichttoetreding heeft (zoals gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving) en tenminste één verblijfsruimte in de zelfstandige woonruimte daglichttoetreding via de gevel of via een hellend dakvlak heeft;
de (hoofd)toegang rechtstreeks via de hoofdmassa plaatsvindt, waarbij alle zelfstandige woonruimten vanuit de hoofdmassa intern bereikbaar zijn. De oplossing van interne bereikbaarheid via een corridor is daarbij niet toegestaan.
Uitzonderingen hierop zijn mogelijk na stedenbouwkundige goedkeuring;
de aanwezigheid van balkons en/of dakterrassen niet leidt tot een ontoelaatbare aantasting van de privacy van aangrenzende woonpercelen;
in de verblijfsruimten een voorziening wordt aangebracht om geluidhinder bij buurpanden te voorkomen, bijvoorbeeld een voorzetwand, in het geval dat de woningscheidende wand van de zelfstandige woonruimten niet is uitgevoerd als ankerloze spouwmuur;
of
in het geval van wijziging van een woning naar kamerbewoning, dan wel de toevoeging van 1 of meer kamers aan een legaal bestaand kamersgewijs bewoond pand:
de kamers gemiddeld een gebruiksoppervlak hebben van minimaal 14 m², als er geen sprake is van een gezamenlijke woonkamer van tenminste 7,5 m2 én een gezamenlijke keuken van tenminste 5 m2 óf een gezamenlijke woonkeuken van tenminste 12,5 m2;
de kamers gemiddeld een gebruiksoppervlak hebben van minimaal 10 m², als er sprake is van een gezamenlijke woonkamer van tenminste 7,5 m2 én een gezamenlijke keuken van tenminste 5 m2 óf een gezamenlijke woonkeuken van tenminste 12,5 m2;
iedere verblijfsruimte voldoende daglichttoetreding heeft (zoals gesteld in het Besluit bouwwerken leefomgeving) en tenminste één verblijfsruimte van elke onzelfstandige woonruimte daglichttoetreding heeft via de gevel of via een hellend dak;
de (hoofd)toegang tot de kamers rechtstreeks via de hoofdmassa plaatsvindt en alle kamers vanuit de hoofdmassa intern bereikbaar zijn;
de aanwezigheid van balkons en/of dakterrassen niet leidt tot een ontoelaatbare aantasting van de privacy van aangrenzende woonpercelen;
in iedere kamer in beginsel maximaal één persoon wordt gehuisvest;
VII een voorziening wordt aangebracht om geluidhinder te voorkomen bij buurpanden, bijvoorbeeld in de vorm van een voorzetwand, in het geval dat de woningscheidende wand(en) tussen een of meer kamer(s) en het buurpand niet is/zijn uitgevoerd als ankerloze spouwmuur;
VIII een voorziening wordt aangebracht op alle traptreden in de vorm van geluiddempende trapbekleding met maximum brandklasse (fl) s1 of C (fl) S2;
IX een voorziening wordt aangebracht aan de gemeenschappelijke voordeur ter voorkoming van geluidsoverlast als gevolg van het dichtslaan van de voordeur, bijvoorbeeld een goed afgestelde deurdranger.
Hoofdstuk
Artikel 5.
Vergunningverlening
Onderdeel van Beleidsregels kamerbewoning en woningsplitsing 2026