Naar hoofdinhoud

Artikel 2.1

Welke gedragingen worden meegewogen

Onderdeel van Beleidsregel beoordeling niet in enig opzicht van slecht levensgedrag gemeente Zundert 2025

Bij de beoordeling van het levensgedrag worden in de eerste plaats die gedragingen meegewogen die relevant zijn voor de aangevraagde of verleende vergunning. Met betrekking tot de exploitatievergunning voor een openbare inrichting betekent dit, dat de inrichting geëxploiteerd wordt op een wijze die geen gevaar oplevert voor de veiligheid, openbare orde of het woon- en leefklimaat. Voor een alcoholwetvergunning komt daar ook bij dat er geen gevaar en/of gezondheidsrisico’s ontstaan door de alcoholverstrekking. Voor de beoordeling van het levensgedrag van een leidinggevende, exploitant of beheerder in verband met een Alcoholwetvergunning en een exploitatievergunning en de aanwezigheidsvergunning zijn in ieder geval de volgende categorieën gedragingen relevant: geweldstoepassing; drugsfeiten; wapenbezit/gebruik; overtredingen van de Alcoholwet of de horecabepalingen van de APV; overtredingen van helingverboden; valsheid in geschrift, zowel kennelijk gepleegd in de uitoefening van een openbare inrichting dan wel ter verkrijging van een vergunning; gedragingen waaruit blijkt dat tijdens de exploitatie gevreesd wordt dat aanwijzingen van politie of toezichthouders niet nageleefd worden (bijv. negeren bevel ambtenaar in functie, belediging ambtenaar in functie); discriminatie zedendelicten mensenhandel, witwaspraktijken, sociale zekerheidsfraude of arbeidsuitbuiting; gedragingen die hebben geleid tot opgelegde bestuurlijke of handhavingsmaatregelen met betrekking tot een openbare inrichting, tenzij deze maatregelen op geen enkel wijze aan de te beoordelen persoon (in bestuursrechtelijke zin) zijn te verwijten; Ordeverstoringen, waarbij de te beoordelen persoon betrokken was. Informatiebronnen Bij de beoordeling of een betrokkene niet in enig opzicht van slecht levensgedrag is, wordt gebruik gemaakt van informatie die uit verschillende informatiebronnen wordt verkregen. De gegevens verkregen uit deze diverse bronnen worden vervolgens, in onderlinge samenhang, gewogen. Hieronder volgt een niet-limitatieve opsommen van de belangrijkste informatiebronnen: Informatie van de politie; Het justitieel Documentatie Systeem; Handhavingsgegevens en overige gegevens waarover de gemeente beschikt; Informatie van de inspectie Sociale Zaken en Werkgelegenheid; Informatie van de belastingdienst; Informatie van de Douane; Informatie van de Immigratie- en Naturalisatiedienst; Informatie uit het Centraal insolventieregister; Informatie uit een Bibob-toets; Informatie uit het Centraal curatele en bewind register; Informatie van de Nederlandse Voedsel- en Warenautoriteit; Informatie uit openbare bronnen. Van personen die betrokken zijn geweest bij deze gedragingen moet worden gevreesd dat ze niet op verantwoorde wijze leiding kunnen geven aan of een openbare inrichting kunnen beheren. Voor een Alcoholwetvergunning of ontheffing zijn daarnaast de volgende gedragingen relevant bij de beoordeling van het levensgedrag van leidinggevenden, exploitanten of beheerders: rijden onder invloed of andere alcohol gerelateerde gedragingen; eerder geconstateerde overtredingen met betrekking tot de Alcoholwet (zoals het niet naleven van het verbod om alcohol te schenken aan minderjarigen); alle gedragingen, voor zover hierboven niet genoemd, die vermeld worden in artikel 3.4 eerste lid van het Alcoholbesluit. Deze gedragingen zijn ook relevant indien er geen sprake is van een veroordeling of wanneer niet wordt voldaan aan het gestelde in artikel 3.4 tweede en derde lid van voormeld besluit.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel