Naar hoofdinhoud
De gedragingen die worden meegewogen bij de beoordeling omtrent het levensgedrag moeten aannemelijk zijn. Daarvoor is niet vereist dat iemand (onherroepelijk) is veroordeeld wegens een strafbaar feit door de strafrechter. Ook de hoogte van een eventueel opgelegde straf is niet relevant. Ook indien een persoon niet is vervolgd door het Openbaar Ministerie of sprake is van een sepot kunnen de gedragingen meegenomen worden. De beoordeling vindt tenslotte plaats in een bestuursrechtelijk kader en daarin gelden de strafrechtelijke bewijsregels niet.

Rechtspraak bij dit artikel