Naar hoofdinhoud
In beginsel worden bij de beoordeling alleen gedragingen meegewogen die in een periode van 5 jaar voorafgaand aan het beoordelingsmoment hebben plaatsgevonden. Een (her) beoordeling van het levensgedrag kan ook plaatsvinden nadat een vergunning is afgegeven, omdat er signalen zijn dat er sprak is van slecht levensgedrag. Geconstateerd slecht levensgedrag levert in dat geval een intrekkingsgrond op. Indien er sprake is van een patroon kunnen ook gedragingen of veroordelingen die langer dan 5 jaar voorafgaand aan het besluit hebben plaatsgevonden, in de beoordeling worden betrokken. Weging gedragingen In het algemeen zal één gedraging, zoals bedoeld in 2.1 niet leiden tot het oordeel slecht levensgedrag tenzij dit feit niet-gering. c.q. ernstig is. Of er sprake is van slecht levensgedrag dat moet leiden tot weigering of intrekking van de vergunning wordt per individueel geval bepaald. In sommige gevallen is één gedraging voldoende om slecht levensgedrag aan te nemen. In andere gevallen zijn het meerdere gedragingen die op zichzelf staand onvoldoende zijn, maar in het onderlinge samenhang beschouwd wel leiden tot de conclusie dat er sprake is van slecht levensgedrag.

Rechtspraak bij dit artikel