Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.2

Artikel 4.2.2

Huurwoningen, sociale huur

Onderdeel van Nota Grondprijsbeleid 2026

Voor deze subcategorie wordt een lagere grondprijs gevraagd om daarmee de betaalbaarheid van deze woningen te vergroten. Sociale huur is een huur onder de huurgrens (liberalisatiegrens). Deze grens wordt jaarlijks door het Rijk vastgesteld. De liberalisatiegrens bedraagt voor 2025 € 1.184,82 per maand. Eind 2025 wordt de liberalisatiegrens voor 2026 bekend gemaakt. De grondprijs is een vast bedrag per m², ongeacht de omvang van het perceel. De woningcorporaties bepalen zelf welke kavelgrootte voor hen optimaal is. In de actuele Grondprijsbrief is de prijs terug te vinden. Evenals bij de koopwoningen en de middenhuurwoningen geldt ook bij deze subcategorie dat het aantal m² BVO telt als dat groter is dan het kaveloppervlak. Voor deze subcategorie is een extra voorwaarde van toepassing. De woningen moeten de eerste 25 jaar na oplevering geëxploiteerd worden als sociale huurwoning. Daarmee wordt geborgd dat er geen oneerlijke concurrentie ontstaat met koopwoningen en/of middenhuurwoningen in het hoger segment (anti-speculatiebeding). Verkoop is alleen mogelijk als er een nabetaling plaatsvindt ter grootte van het prijsverschil met de grondprijs voor koopwoningen. Een zelfde verplichting geldt als de huurprijs verhoogd wordt waardoor die als huur in het hogere segment wordt aangemerkt.

Rechtspraak bij dit artikel