Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.2

Artikel 2.2.1

De melding

Onderdeel van Beleidsregels maatschappelijke ondersteuning gemeente Leidschendam-Voorburg 2026

Wanneer een cliënt zich alleen, met behulp van zijn sociale omgeving en/of algemene voorzieningen niet meer kan redden, dan kan er een melding worden gedaan bij de gemeente. Het kan ook zijn dat iemand, namens de cliënt, een melding doet (bijv. een zoon/dochter, broer/zus, buurman/buurvrouw). Iedere cliënt met een hulpvraag kan zich melden bij de gemeente. De manier waarop de cliënt een melding doet is vormvrij. Het kan bijvoorbeeld via de website www.lv.nl, telefonisch (14 070) of aan de balie in het Servicecentrum Leidschendam (Koningin Wilhelminalaan 2, Leidschendam). Een medewerker van de balie kan de cliënt ondersteunen bij het indienen van de melding. Bij een melding wordt er verschil gemaakt tussen twee soorten verzoeken: een verzoek om informatie en advies en/of een verzoek om ondersteuning vanuit de Wmo. Bij een verzoek om ondersteuning vanuit Wmo wordt het verdere toegangsproces voor een maatwerkvoorziening gevolgd. Bij een verzoek om informatie en advies wordt dit telefonisch afgehandeld en is verder onderzoek niet noodzakelijk. Ontvangstbevestiging De cliënt ontvangt altijd een bevestiging van de melding in de vorm van een ontvangstbevestiging. Ook wordt er een folder meegestuurd. In de bevestiging en de folder vindt de cliënt meer informatie over de verdere procedure (Verordening artikel 4, lid 3). Spoedeisende gevallen Is er sprake van een spoedeisend geval? Dan wordt er zo snel mogelijk voor een tijdelijke maatwerkvoorziening gezorgd in afwachting van de uitkomst van het onderzoek (Verordening artikel 4, lid 4). Het gaat om spoed als de cliënt in een situatie zit waarin het niet mogelijk is om te wachten met de maatregel en er geen tijdelijke oplossingen zijn. De medewerker van de gemeente beoordeelt of het om een spoedgeval gaat.

Verwijzingen

Rechtspraak bij dit artikel