1). Deze verordening heeft als doel om:

  • - lokaal zeggenschap en eigendom te stimuleren;
  • - duidelijkheid te bieden aan alle bij projecten betrokken partijen over:
    • - de door de gemeente gehanteerde opvatting en definitie van zeggenschap en eigendom;
    • - de door de gemeente beoogde inrichting van lokaal zeggenschap en eigendom;
    • - de uitleg en motivatie die van een initiatiefnemer verwacht wordt over hoe lokaal zeggenschap en eigendom worden bereikt en behouden.

2). De gemeente doet dit door middel van:

  • - het vaststellen van definities;
  • - het formuleren van het beleidsdoel dat projecten en installaties zoveel mogelijk van, voor en door de lokale gemeenschap worden gerealiseerd. Dit betekent concreet dat:
    • - het percentage lokaal eigendom zo hoog mogelijk is;
    • - eigendom en zeggenschap zoveel mogelijk bij lokale partijen liggen;
    • - de organisatie of een samenwerkingsverband tussen betreffende partijen bij voorkeur de vorm heeft van een hernieuwbare energiegemeenschap;
    • - opbrengsten van installaties—zoals elektriciteit, financiële voordelen en maatschappelijke meerwaarde—zoveel mogelijk ten goede komen aan de lokale gemeenschap en omgeving.
  • - Het vaststellen van regels over de motivering van een initiatiefnemer van diens inspanningen om lokaal eigendom te bevorderen, bestaande uit:
    • - een motiveringsverplichting die aan een initiatiefnemer gesteld wordt;
    • - een invulling van de kring van partijen waartoe een initiatiefnemer zich dient te richten bij hun inspanningen;
    • - een invulling van de wijze van motivering en onderbouwing die van een initiatiefnemer wordt verwacht.