Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1

Artikel 2.1.1

Nationale Omgevingsvisie

Onderdeel van Beleidsdocument grote windmolens

In de Nationale Omgevingsvisie (NOVI) geeft het Rijk een langetermijnvisie op de toekomstige ontwikkeling van een duurzame leefomgeving binnen Nederland. Daarbij wordt een integrale benadering voorgesteld, samen met andere overheden en maatschappelijke organisaties en met meer regie vanuit het Rijk. In de NOVI worden de nationale belangen en opgaven in de fysieke leefomgeving vertaald naar prioriteiten, waarbij prioriteit 1 van de NOVI luidt: ‘Ruimte voor klimaatadaptatie en energietransitie’. Eén van de nationale belangen is het realiseren van een betrouwbare, betaalbare en veilige energievoorziening (die in 2050 CO₂-arm is) en de daarvoor benodigde hoofdinfrastructuur. In dit nationale belang worden de afspraken in zowel het Klimaatakkoord van Parijs als het nationale Klimaatakkoord (ontwerp 2018) herbevestigd. Dit betekent dat de transitie naar een CO2-arme energievoorziening in 2050 gerealiseerd moet zijn, door in 2050 95% minder uitstoot van broeikasgassen te realiseren ten opzichte van 1990. Voor duurzame energie (door windmolens eventueel in combinatie met zonnevelden) geeft de NOVI de voorkeur aan grootschalige clustering van duurzame energieproductie. Hierbij is het belangrijk dat een afweging wordt gemaakt tegenover andere relevante waarden zoals landschap, nationale veiligheid, natuur, cultureel erfgoed, water, bodem en betrokken bestuur en inwoners. Een natuurinclusief ontwerp en beheer van een windpark is hierbij van belang om verstoring of aantasting van natuur en biodiversiteit zoveel mogelijk te voorkomen. Inwoners van een gebied worden betrokken in een project en waar mogelijk kunnen ze meeprofiteren.

Rechtspraak bij dit artikel