Landelijk geldende normen voor windparken voor geluid, slagschaduw en veiligheid waren voorheen opgenomen in het Activiteitenbesluit milieubeheer. Op 30 juni 2021 sprak de Afdeling bestuursrechtspraak van de Raad van State uit dat de algemene landelijke normen voor geluid, slagschaduw en veiligheid uit het Activiteitenbesluit milieubeheer in strijd waren met het Europees recht omdat voor deze normen vooraf geen milieueffectrapport was opgesteld. Het ging hierbij om de normen voor windmolenprojecten die vallen onder bijlage II van de Europese MER-richtlijn1Uitspraak Raad van State: ECLI:NL:RVS:2021:1395. en dus om windparken van drie of meer windturbines. De Afdeling verklaarde daarom de eerdere windturbinebepalingen buiten toepassing voor windparken met drie of meer windturbines. Op solitaire windmolens of windparken met twee windmolens zijn de bepalingen uit het Activiteitenbesluit van toepassing gebleven omdat daarvoor geen milieueffectrapport nodig was. Deze bepalingen zijn per 1 januari 2024 via de zogeheten ‘bruidsschat’ en paragraaf 4.30 van het Besluit algemene regels leefomgeving (Bal) overgegaan naar het nieuwe wettelijke stelsel van de Omgevingswet. Zij gelden ook nu dus nog steeds voor projecten tot maximaal twee windmolens.
Op 11 oktober 2023 maakte het Ministerie van Infrastructuur en Waterstaat het ontwerp bekend van nieuwe landelijke bepalingen voor windturbines2 Staatscourant 11 oktober 2023 (nr. 27607). De documenten zijn te vinden via Windturbines leefomgeving | Platform Participatie. De bijbehorende Nota van Toelichting noemt op pagina 1-5 de verschillende situaties waarop deze nieuwe landelijke regels zich richten.. Dit ontwerp van het Besluit Windturbines Leefomgeving is voorzien van een milieueffectrapport en richt zich op windturbines en windparken (een combinatie van ten minste twee of meer windturbines). Over deze landelijke ontwerpwindturbinebepalingen en het bijbehorende milieueffectrapport kon iedereen tot en met 22 november 2023 zienswijzen indienen.
Voor windparken met twee of meer windmolens zijn de nieuwe landelijke regels in procedure gebracht. Windparken van drie of meer windmolens kunnen pas weer aan de hand van landelijke milieunormen worden beoordeeld als de Rijksoverheid deze nieuwe landelijke normen definitief heeft vastgesteld. Daarbij is 1 juli 2025 de uiterste datum voor vaststelling van de nieuwe landelijke normen. Deze zullen landen in het Besluit activiteiten leefomgeving (Bal), het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en het Omgevingsbesluit die bij de Omgevingswet horen.
De als ontwerp gepresenteerde nieuwe landelijke normen hebben kort gezegd betrekking op:
Afstand: ten minste 2x tiphoogte tot windturbinegevoelige objecten, uitzondering is goed gemotiveerd mogelijk voor ‘zwaarwegende economische belangen of zwaarwegende andere maatschappelijke belangen’ (ZEZAM);
Geluid: standaardwaarden 45 dBLden en 39 dBLnight, lokaal maatwerk is mogelijk tot grenswaarden 47 dBLden en 41dBLnight.;
Externe veiligheid: standaardwaarden en grenswaarden voor (zeer) kwetsbare en beperkt kwetsbare gebouwen en locaties;
Obstakelmarkering en obstakelverlichting: eisen uit “Informatieblad aanduiding van windturbines en windparken op het Nederlandse vasteland” van 2016 zijn verwerkt in regelgeving;
Lichtschittering: eisen over gebruik van niet-reflecterende materialen of niet-reflecterende coatinglagen;
Slagschaduw: maximaal 6 uur per jaar en maximaal 20 minuten per dag per slagschaduwgevoelig gebouw, automatische stilstandsvoorziening en logboek zijn verplicht en lokaal mag worden afgeweken tot 0 uur slagschaduw.
De uiteindelijk vast te stellen normen zullen duidelijk maken welke minimale afstand vereist is tussen een windmolen en een woning of een ander windturbinegevoelig object. Ook zal dan pas definitief duidelijk zijn in welke mate gebruik kan worden gemaakt van lokale bevoegdheden om maatwerk te leveren door bijvoorbeeld het hanteren van grenswaarden in plaats van de standaardwaarden.
Zolang nog geen nieuwe landelijke normen voor windmolens definitief zijn vastgesteld, staat het gemeenten vrij eigen lokale normen op te stellen waaraan windparken van drie of meer windmolens kunnen worden getoetst. Gemeenten kunnen er voor kiezen geen gebruik te maken van de mogelijkheid tot het opstellen van lokale normen en de nieuwe landelijke normen af te wachten. Op windmolenprojecten bestaande uit één of twee windmolens zijn de windturbinebepalingen uit het vroegere Activiteitenbesluit nog steeds van toepassing. Zoals gezegd zijn deze sinds 1 januari 2024 verwerkt in het stelsel van de Omgevingswet (zie onder meer via de ‘bruidsschat’ bij de omgevingswet en de paragrafen 4.30, 4.30a en 4.30b van het Bal).
De gemeenten Oost Gelre en Berkelland kiezen er nu al voor om aan te sluiten bij de nieuwe (nog vast te stellen) landelijke normen en om daarbij uit te gaan van de standaardwaarden zoals die zijn verwoord in het ontwerp daarvan. Deze benadering vormt een integraal onderdeel van dit beleidsdocument waarmee binnen de toekomstige wettelijke normen wordt gestreefd naar een zo hoog mogelijk beschermingsniveau voor omwonenden. Tot aan de vaststelling van het gemeentelijke beleidskader en de nieuwe landelijke normen zullen de gemeenten Oost Gelre en Berkelland overigens geen windparken vergunnen.
Hoofdstuk 2. › Paragraaf 2.1
Artikel 2.1.2
Landelijke normen voor windenergie
Onderdeel van Beleidsdocument grote windmolens