De aanwezigheid van windmolens kan een verhoogd risico opleveren voor omwonenden. Mogelijke risico’s zijn het afbreken van de mast, afbreken van de gondel en de afworp van een wiek. De mate van het risico is afhankelijk van verschillende factoren zoals afstand tot de windmolen, faalkans van de windmolen en het aanwezige aantal mensen. Externe veiligheid gaat daarbij om de bescherming van mens en milieu tegen maatschappelijk onaanvaardbaar geachte gezondheids- en milieurisico’s en om het bieden van een basisbeschermingsniveau aan personen die wonen, werken of recreëren in de omgeving van risicovolle activiteiten. Om de veiligheid te borgen geldt het volgende:
Voor een initiatief voor windenergie moet een rapportage externe veiligheid worden opgesteld om aan te tonen dat het plan voldoet aan de eisen op het gebied van externe veiligheid. Het gaat om de standaardwaarden en grenswaarden voor (beperkt) kwetsbare gebouwen en locaties uit het Besluit kwaliteit leefomgeving (Bkl) en toetswaarden voor risicorelevante (bedrijfs)activiteiten conform de Handreiking Risicozonering Windmolens, e.e.a. na vaststelling van de landelijke ontwerpwindturbinebepalingen.
Het plan moet in bouwtechnische zin voldoen aan de technische eisen die onder meer voortvloeien uit NEN-normen en uit van toepassing zijnde ministeriële regelingen.
Hoofdstuk 4. › Paragraaf 4.1
Artikel 4.1.2
Randvoorwaarden externe veiligheid
Onderdeel van Beleidsdocument grote windmolens