Algemene bepalingen en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam

Ten aanzien van de mandaten voor bevoegdheden uit het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam gelden de volgende algemene bepalingen en beperkingen:

  • - Over vergunningverlening:
    • - Onder het nemen van besluiten op een aanvraag voor een vergunning, ontheffing of andere beschikking wordt ook het weigeren, wijzigen of intrekken verstaan;
    • - Onder het stellen van voorschriften, voorwaarden of beperkingen wordt ook het aanvullen, toevoegen, intrekken of opheffen hiervan verstaan;
    • - Het nemen van besluiten als bedoeld onder a omvat tevens de bevoegdheid tot het heffen en innen van leges.
  • - Onder het nemen van besluiten op een aanvraag om subsidie wordt zowel het verlenen als het vaststellen van subsidie verstaan alsmede het weigeren, wijzigen of intrekken, het opleggen van verplichtingen en voorts de uitvoering van al die bepalingen in genoemde regelingen die zien op de verstrekking van subsidies, met uitzondering van:
    • - De bevoegdheid tot het stellen van nadere regels;
    • - Het vaststellen van subsidieplafonds;
    • - Het vaststellen van formulieren voor het indienen van een aanvraag om subsidie;
    • - De handelingen die, voor wat betreft de afdeling van subsidieaanvragen, behoren tot het werkterrein van de directie Subsidie, Inkoop en Juridisch Bureau Sociaal.
  • - De taken op het gebied van handhaving omvatten:

Andere algemene bepaling

Als de wet- en regelgeving waarop een verleende bevoegdheid in het Algemeen mandaatbesluit Amsterdam berust wordt gewijzigd in dat besluit, wordt de bevoegdheid op grond van dit ondermandaatbesluit geacht te zijn verleend op de grondslagverwijzing uit het gewijzigde Algemeen mandaatbesluit Amsterdam. Dit ondermandaatbesluit wordt vervolgens zo spoedig mogelijk gewijzigd.

Ondermandatenregister

Nr.Grondslag in het Algemeen mandaatbesluit AmsterdamOmschrijving bevoegdheidGrondslag genoemd in het Algemeen mandaat-besluit AmsterdamBijzonderheden en beperkingen op basis van het Algemeen mandaatbesluit AmsterdamOndermandaat verleend aan
1.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2e besluiten of in voorkomende gevallen toestemming kan worden gegeven voor incidentele respectievelijk structurele verstrekking van politiegegevens aan derden in de zin van artikel 19 en 20 van de Wet politiegegevens.De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
1.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 art. 3, lid 1, onderdeel aHet nemen van alle conservatoire maatregelen en doen wat nodig is ter voorkoming van verjaring of verlies van recht en bezitArt. 160, lid 3, GemeentewetBehalve beslagleggingDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
2.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel bHet stellen van een termijn voor de aanvulling van een aanvraag en het beslissen omtrent het niet in behandeling nemen van een onvolledige aanvraag dan wel van een aanvraag die niet binnen de gestelde termijn is aangevuldArt. 4:5 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
3.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel cHet beslissen dat een aanvrager of derde-belanghebbende niet in de gelegenheid wordt gesteld zijn zienswijze naar voren te brengenArt. 4:11 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
4.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel dHet kennisgeven van de verdaging van een beslissing op een aanvraagArt. 4:14 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
5.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel eIn het geval van niet tijdig beslissen de verschuldigdheid en de hoogte van de dwangsom bij beschikking vaststellenArt. 4:18 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
6.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel fHet vaststellen van de verplichting tot betaling van een geldsom aan of door de dienst of bedrijf (bestuursrechtelijke geldschuld)Art. 4:86 Algemene wet bestuurs- rechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
7.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel gHet nemen van beslissingen inzake verrekeningArt. 4:93 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
8.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel hHet verlenen van uitstel van betalingArt. 4:94 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
9.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel iHet verlenen van voorschottenArt. 4:95 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
10.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel jHet intrekken of wijzigen van de beschikking tot uitstel van betaling of verlenen van een voorschotArt. 4:96 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
11.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel kHet bij beschikking vaststellen van het bedrag van de verschuldigde wettelijke renteArt. 4:99 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
12.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel lHet geheel of gedeeltelijk verlenen van kwijtscheldingDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
13.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel mHet aanmanen van de schuldenaar die in verzuim isArt. 4:112 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
14.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel nHet uitvaardigen van een dwangbevel om de betaling van een geldsom af te dwingenArtt. 4:114 en 4:115 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
15.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel oHet beslissen tot het nemen van executie-maatregelen ter uitvoering van dwangbevelenDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
16.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel pHet aanwijzen van toezichthouders en het afgeven van legitimatiebewijzenArtt. 5:11 en 5:12 Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
17.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel qHet behandelen en afdoen van klachtenTitel 9.1, Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
18.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel rHet beslissen op verzoeken om publieke informatieArt. 4.1, eerste lid, Wet open overheidDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
19.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met art. 3, lid 1, onderdeel sHet beslissen inzake de actieve openbaarmaking van informatieArt. 3.3 Wet open overheidDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
20.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, hoofdstuk 1, paragraaf 2, onderdeel 1, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 2Het besluiten tot het verrichten van privaatrechtelijke rechtshandelingen in verband met aangaan, aanpassen, beëindigen en uitvoeren van arbeids-overeenkomsten van medewerkers met wie de gemeente een arbeids-overeenkomst heeft, heeft gehad of zal aangaan en de daarmee verband houdende rechtshandelingenArt. 160, lid 1, onder d, Gemeente-wetMet uitzondering van: a. het opzeggen van de arbeidsovereenkomst in de zin van art. 7:669 Burgerlijk Wetboek, het opzeggen van de arbeidsovereenkomst tijdens de proeftijd op grond van art. 7:676 Burgerlijk Wetboek, het doen van een ontbindingsverzoek in de zin van art. 7:671b Burgerlijk Wetboek en het opzeggen van de arbeidsovereenkomst om een dringende reden op grond van art. 7:677 Burgerlijk Wetboek, voor een werknemer die: - lid is van de ondernemingsraad of van een commissie, genoemd in art. 15 Wor; - geplaatst is op een kandidatenlijst, genoemd in art. 9 Wor; - korter dan twee jaar geleden lid is geweest van de ondernemingsraad of van een commissie van de ondernemingsraad, genoemd in art. 15 Wor, of - aan de ondernemingsraad als secretaris is toegevoegd, waarbij toestemming van het college niet vereist is: i. als schriftelijke instemming van de medewerker wettelijk vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek en die schriftelijke instemming van de medewerker ook is gegeven; ii. als schriftelijke instemming van de medewerker vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker die instemming niet heeft gegeven zodat een ontbindingsverzoek zal worden gedaan, waarbij het een ontslag betreft op grond van art. 7:669, derde lid, onder a, Burgerlijk Wetboek (reorganisatie) of art. 7:669, derde lid, onder b, Burgerlijk Wetboek (arbeidsongeschiktheid); of iii. als schriftelijke instemming van de medewerker niet vereist is voor een rechtsgeldige opzegging in de zin van art. 7:671, eerste lid, Burgerlijk Wetboek maar de medewerker wel schriftelijke instemming heeft gegeven. b. het besluiten tot het aangaan van een beëindigings-overeenkomst in de zin van art. 7:670b, Burgerlijk Wetboek en Boek 7, titel 15, Burgerlijk Wetboek, voor zover het bedrag aan extra tegemoetkomingen, uitstijgt boven € 75.000,- bruto; c. rechtshandelingen waarbij de gemeentesecretaris belanghebbende is; d. in een individueel geval in het voordeel van de werknemer afwijken van de Cao Gemeenten als naar het oordeel van de werkgever toepassing ervan leidt tot onevenredig nadeel van de werknemer bedoeld in art. 1.7 van de Cao Gemeenten en art. 0.5 van de Cao Amsterdam, voor zover het hiermee gemoeide maximale bedrag uitstijgt boven € 75.000,- bruto.De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
21.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, hoofdstuk 1, paragraaf 2 met bijlage 2 en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 3Het nemen van besluiten over het aangaan van privaatrechtelijke rechtshandelingenArt. 160, lid 1, onder d, GemeentewetMits: a. zij geen betrekking hebben op onderwerpen die politiek of bestuurlijk gevoelig zijn; b. zij geen betrekking hebben op: i. de oprichting van of deelneming in een rechtspersoon; ii. het lenen of uitlenen van geld; iii. borgstelling of garantstelling voor schulden van derden; of iv. andere arbeidsrechtelijke bevoegdheden anders dan genoemd in onderdeel 2 van hoofdstuk 2 van bijlage 1, Algemeen mandaatbesluit Amsterdam; en c. de desbetreffende rechtshandeling plaatsvindt binnen de door college en raad vastgestelde beleidskaders zoals het Inkoop- en Aanbestedingsbeleid van de gemeente Amsterdam en de daarop gebaseerde werkinstructies, de ‘Notitie Samen Inkopen’, de ‘Notitie Doelgericht op afstand 2’, het ‘Lening- en garantiebeleid van de gemeente Amsterdam’ en het gemeentelijk integriteitsbeleid.De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
22.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, hoofdstuk 1, paragraaf 2 met bijlage 2, en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 4Het in en buiten rechte vertegenwoordigen van de gemeente ter uitvoering van een gegeven mandaatArt. 171, eerste lid, Gemeente-wetDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
23.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 7 en onderdeel 1, hoofdstuk 1, paragraaf 2 en met bijlage 1, hoofdstuk 1, onderdeel 5De ondertekening van stukken die van het college uitgaanArt. 59a, eerste lid, Gemeente-wetDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
24.Art. 5, lid 2, samen met met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder a en hoofdstuk 1, paragraaf 2De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met de uitoefening van de rechten van betrokkeneArt. 12 tot en met 23 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
25.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 3 en hoofdstuk 1, paragraaf 2De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met een melding van een inbreuk in verband met persoonsgegevens aan de betrokkeneArt. 34 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
26.Art. 5, lid 2, samen met met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 2, onder c en hoofdstuk 1, paragraaf 2De bevoegdheden en feitelijke handelingen die verband houden met de voorafgaande raadpleging bij de Autoriteit PersoonsgegevensArt. 36 Algemene Verordening Gegevens-bescherming.De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
25.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2 , hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 3 en hoofdstuk 1, paragraaf 2Het beslissen op een aanvraag om nadeelcompensatieArt. 4:126 Algemene wet bestuursrechtOnder de voorwaarde dat de beslissing in overeenstemming is met een uitgebracht advies van de adviescommissie als bedoeld in art. 4 Verordening nadeelcompensatie Amsterdam 2022 dan wel in overeenstemming is met het conceptbesluit, zoals door het Schadeloket Algemene Nadeelcompensatie is vastgesteldDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1, met inachtneming van de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023 en het inkoopbeleid.
26.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 4 en hoofdstuk 1, paragraaf 2Het verlenen van goedkeuring van de met de schade-beperkende maatregelen gemoeide kostenArt. 4:126, lid 2, onderdeel b, Algemene wet bestuursrechtDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
28.Art. 5, lid 2, met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 6 en hoofdstuk 1, paragraaf 2De volgende bevoegdheden op grond van de Archiefwet 1995, het Archiefbesluit 1995 en het Besluit informatiebeheer 2010: a. Het vervangen van archiefbescheiden door reproducties, teneinde de aldus vervangen bescheiden te vernietigen; b. Het opmaken van een verklaring van vervanging van archiefbescheiden door reproducties; c. Het vervreemden van archiefbescheiden; d. Het opmaken van een verklaring van vervreemding van archiefbescheiden; e. Het overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats; f. Het vervroegd overbrengen van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); g. Het verzoeken om het verlenen van een machtiging door Gedeputeerde Staten tot opschorting van de overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archiefbewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); h. Het opmaken van een verklaring van overbrenging van archiefbescheiden naar de gemeentelijke archief-bewaarplaats (directie Stadsarchief Amsterdam); i. Het opmaken van een verklaring van vernietiging van archiefbescheiden; j. Het stellen van beperkingen aan de openbaarheid van archiefbescheiden; k. Het overdragen van informatie (archiefbescheiden) van een organisatie-onderdeel aan een ander organisatie-onderdeel; l. Het beslissen inzake verzoeken tot het opvragen of hergebruiken van gemeentelijke databanken.a. Art. 7 Archiefwet 1995 en art. 6 Archiefbesluit 1995. b. Art. 8 Archiefbesluit 1995. c. Art. 8, leden 1 en 2, Archiefwet 1995 en artt. 7 en 8 Archief-besluit 1995. d. Art. 8 Archiefbesluit 1995. e. Art. 12, lid 1, Archiefwet 1995 en art. 9 Archiefbesluit 1995. f. Art. 13, lid 1, Archiefwet 1995. g. Art. 13, leden 3 en 4, Archiefwet 1995. h. Art. 8 Archiefbesluit 1995. i. Art. 8 Archiefbesluit 1995. j. Art. 15, leden 1 en 2, art. 16, lid 2, Archiefwet 1995 en art. 19Archiefbesluit 1995. k. Art. 4, onderdeel d, Besluit informatie-beheer 2010. l. Art. 2 Databanken-verordening Amsterdam.Na overleg met en instemming van de conform art. 32, lid 3, Archiefwet 1995 door burgemeester en wethouders benoemde functionaris (de gemeentearchivaris)De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
29.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 1, onderdeel 8 en hoofdstuk 1, paragraaf 2Het aanmelden van wijzigingen van de gemeentelijke gegevens in het Handelsregister aan de Kamer van KoophandelArtt. 18 en 19 Handels-registerwet 2007De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
30.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 1 en hoofdstuk 1, paragraaf 2Het verstrekken van subsidie aan een instellingVoor ten hoogste het bedrag dat op de begroting is vermeld, voor zover het zijn werkterrein betreft en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
31.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 2 en hoofdstuk 1, paragraaf 2Het verstrekken van subsidie op grond van de subsidieregelingen die door het college zijn vastgesteldDie behoren tot het werkterrein van de directie en overeenkomstig de Budgethouders-regeling Amsterdam 2023De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
33.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 3, onderdeel 4 en hoofdstuk 1, paragraaf 2Het aanvragen van subsidie namens de gemeente voor activiteiten die behoren tot het aan de betreffende directie opgedragen werkterreinDe afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.
34.Art. 5, lid 2, samen met bijlage 2, hoofdstuk 0, paragraaf 5 en hoofdstuk 1, paragraaf 2Beslissen op bezwaar tegen besluiten die genomen worden op basis van bevoegdheden genoemd in dit besluita. Tenzij het gaat om mandaat voor het nemen van primaire rechtspositionele besluiten in de zin van art. 1:3 Algemene wet bestuursrecht die zijn genomen en bekendgemaakt vóór 1 januari 2020; of b. Tenzij die bevoegdheid in bijlage 2 en 3 is uitgezonderd; en c. Met inachtneming van de beperkingen uit de Regeling bezwaar en beroep (college en burgemeester)De afdelingsmanagers genoemd in artikel 1.