1. Het is de eigenaar of houder van een hond verboden deze hond op eigen terrein zonder muilkorf te laten loslopen als de burgemeester, een aanlijngebod of aanlijn- en muilkorfgebod heeft opgelegd als bedoeld in artikel 2:59, eerste lid of heeft medegedeeld dat hij de hond gevaarlijk acht, dan wel als de hond is opgeleid voor bewakings-, opsporing- en verdedigingswerk.
2. Het in het eerste lid genoemde verbod geldt niet als:
a. Op een vanaf de weg zichtbare plaats een naar oordeel van de burgemeester duidelijk leesbaar waarschuwingsbord is aangebracht;
b. Het mogelijk is een brievenbus te bereiken en aan te bellen zonder het terrein te betreden; en
c. Het terrein voorzien is van een zodanig hoge en deugdelijke afrastering dat de hond niet zelfstandig buiten het terrein kan komen.