1. In deze afdeling wordt verstaan onder:
a. standplaats: het vanaf een vaste plaats op een openbare en in de openlucht gelegen plaats te koop aanbieden, verkopen of afleveren van goederen dan wel diensten, gebruikmakend van fysieke middelen, zoals een kraam, een wagen of een tafel.
b. incidentele standplaats: een standplaats die voor bepaalde tijd, met een maximum van dertien weken wordt toegewezen.
2. Onder standplaats wordt niet verstaan:
3. een vaste plaats op een jaarmarkt of markt als bedoeld in artikel 160, eerste lid, aanhef en onder g, van de Gemeentewet;
4. een vaste plaats op een evenement als bedoeld in artikel 2:24.