1.. Geen maatwerkvoorziening wordt verstrekt:

  • - als er voor het probleem in deze situatie al een voorziening is op basis van een andere wettelijke regeling;
  • - als de cliënt de gevraagde voorziening voor de melding heeft gerealiseerd of geaccepteerd en het achteraf niet meer is na te gaan of de voorziening aantoonbaar noodzakelijk was. Tenzij er sprake is van een acute noodsituatie waardoor het voor de cliënt dringend noodzakelijk was de voorziening te treffen;
  • - als de cliënt de gevraagde voorziening na de melding en vóór datum van besluit heeft gerealiseerd of geaccepteerd, tenzij het college daarvoor schriftelijk toestemming heeft gegeven of de noodzaak en passendheid van de voorziening en de gemaakte kosten achteraf nog kan beoordelen;
  • - als een maatwerkvoorziening noodzakelijk is ter vervanging van een eerder door het college verstrekte voorziening, wordt deze slechts verstrekt als de gebruiksduur naar het oordeel van de leverancier is beëindigd;
    • - tenzij de eerder verstrekte voorziening verloren is gegaan als gevolg van omstandigheden die niet aan de cliënt zijn toe te rekenen, of;
    • - tenzij de cliënt geheel of gedeeltelijk tegemoet komt in de veroorzaakte kosten, of;
    • - als de eerder verstrekte voorziening niet langer een oplossing biedt voor de behoefte van de cliënt aan maatschappelijke ondersteuning.
  • - als deze voorziening niet noodzakelijk was geweest wanneer de cliënt rekening had gehouden met de reeds bestaande beperkingen, niet verband houdende met de overgang naar een volgende levensfase.
  • - als de cliënt een indicatie heeft voor zorg met verblijf op grond van de Wet langdurige zorg (Wlz) of er redenen zijn om aan te nemen dat de cliënt daarvoor in aanmerking komt, maar weigert mee te werken aan het verkrijgen van een besluit hierover, tenzij artikel 8.6a van de wet van toepassing is;
  • - als de cliënt door zijn of haar gedrag het verstrekken, onderhouden of verantwoorden van de voorziening onmogelijk maakt.

2.. Geen maatwerkvoorziening gericht op zelfredzaamheid en participatie wordt verstrekt:

  • - als deze niet langdurig noodzakelijk is, behoudens hulp bij het huishouden en een vervoerspas. Een uitzondering hierop is verder de kortdurende hulp aan de cliënt die leerbaar is. De voorziening is dan gericht op vermindering van de ondersteuningsbehoefte.
  • - indien de cliënt niet feitelijk in de gemeente verblijft.

3.. Geen woonvoorziening wordt verstrekt:

  • - voor zover de beperkingen voortvloeien uit de aard van de in de woning gebruikte materialen, de slechte staat van het onderhoud of de omstandigheid dat de woning niet voldoet aan de geldende wettelijke eisen;
  • - ten behoeve van woonruimten die niet geschikt zijn voor permanente bewoning zoals hotels/pensions, trekkerswoonwagens, kloosters, tweede woningen, vakantie- en recreatiewoningen en gehuurde kamers, met uitzondering van een voorziening voor verhuizing en inrichting;
  • - voor individuele maatwerkvoorzieningen voor zover het voorzieningen in gemeenschappelijke ruimten betreft in een ‘doelgroepengebouw’, te weten een gebouw dat bestemd is voor oudere inwoners of inwoners met een beperking.
  • - indien de noodzaak het gevolg is van een verhuizing waarvoor geen aanleiding bestaat op grond van beperkingen bij de zelfredzaamheid of participatie en er geen belangrijke reden voor verhuizing aanwezig is;
  • - indien cliënt verhuisd is naar een woning waarvan op grond van de aanwezige beperkingen voorzienbaar was dat cliënt hierin beperkingen zou ondervinden;
  • - indien de cliënt niet is verhuisd naar de voor zijn of haar beperkingen op dat moment meest geschikte woning, tenzij daarvoor vooraf schriftelijk toestemming is verleend door het college.
  • - de cliënt verhuisd is vanuit of naar een woonruimte die niet geschikt is om het hele jaar door bewoond te worden;
  • - indien cliënt zijn hoofdverblijf niet heeft of niet zal hebben in de woning waaraan de voorziening wordt getroffen, tenzij er sprake is van co-ouderschap;
  • - als de voorziening in het geval van nieuwbouw of renovatie zonder noemenswaardige meerkosten meegenomen kan worden;

4.. Geen tegemoetkoming voor verhuizing en inrichting wordt verstrekt indien:

  • - een persoon met beperking voor het eerst zelfstandig gaat wonen;
  • - een persoon met beperking verhuist naar een intra- of semimurale-instelling.

5.. Bij de te verstrekken vervoersvoorziening voor maatschappelijke participatie wordt uitsluitend rekening gehouden met de verplaatsingen in de directe woon- en leefomgeving.