Onder toezicht vallen alle werkzaamheden die door of namens een het bevoegd gezag worden verricht om te observeren en constateren of wet- en regelgeving wordt nageleefd. Het toezicht wordt uitgevoerd door daar toe aangestelde toezichthouders. Van toezicht gaat een belangrijk preventief effect uit. Het doel van toezicht is risicobeheersing, dat wil zeggen dat door middel van toezicht het naleven van de regels verbetert en de kans op het ontstaan van (milieu)risico’s kleiner wordt.

Deze toezichtstrategie bevat:

  • - vormen van toezicht en de basisprincipes daarbij;
  • - programmatisch toezicht;
  • - op welke wijze verschillende toezichthouders voor en met elkaar toezien;
  • - ontwikkelingen en ambitie – nalevingsgedrag en toezicht- en handhavingsstijl.

De strategie gaat over het proces tot het al dan niet constateren van een overtreding. Zodra een overtreding is geconstateerd geldt de sanctiestrategie, en in uitzonderlijke gevallen de gedoogstrategie.

Risicogericht toezicht

Toezicht en handhaving gebeurt volgens een risicogerichte aanpak, de toezichthouders kunnen niet overal en altijd aanwezig zijn. Het risicogericht toezicht wordt ondersteund door data gedreven risicoanalyses. Op deze wijze prioriteert ODU de inzet en vergroot daarmee de maatschappelijke impact. Op deze wijze wordt informatiegestuurd en risicogericht bepaald hoe en waar toezicht wordt ingezet in het komende jaar. Dit wordt ook wel programmatisch toezicht genoemd.

Bij het afhandelen van klachten en overlastmeldingen wordt ook informatiegestuurd en risicogericht beoordeeld of, hoe en wanneer er een controle plaats moet vinden.

Vormen van toezicht

De ODU werkt met verschillende toezichtproducten. Dit zijn:

  • - Klachtenafhandeling
  • - Administratief toezicht
  • - Fysiek toezicht
  • - Toezicht op thema's
  • - Ketentoezicht

Hieronder is uitgeschreven welke dat zijn en hoe zij eruitzien.

Klachtenafhandeling

Een klacht c.q. overlastmelding wordt in ontvangst genomen en behandeld. Klachten kunnen betrekking hebben op alle thema’s uit de PDC. Klachten komen binnen via telefoon, e-mail of brief. Telefonische klachten worden direct beoordeeld en behandeld door de dienstdoende klachtenbehandelaar. Klachten via e-mail of brief worden binnen één werkdag verwerkt in het zaaksysteem en toebedeeld aan een klachtenbehandelaar.

Bij de behandeling van een klacht voert de ODU de volgende activiteiten uit:

  • - Klachten die niet onder het mandaat van de ODU vallen dragen worden overgedragen aan de juiste instantie.
  • - Registreren van klachten binnen mandaat die telefonisch, per mail of via een webformulier worden ingediend.
  • - Telefonisch contact met klager over de behandeling van de klacht.
  • - Zo nodig bezoeken van de locatie.
  • - Inschakelen van een specialist bij complexe situaties.
  • - Een gegronde klacht (de wettelijke normen zijn overschreden) wordt behandeld conform de U&H-strategie en zo nodig wordt een handhavingstraject opgestart conform de LHSO. De klacht wordt verder opgepakt onder het product ‘toezicht en handhaving milieu’ en de klager wordt hiervan op de hoogte gesteld.
  • - Bij een ongegronde klacht wordt de klager hiervan op de hoogte gebracht.
  • - Schriftelijke vastlegging van behandeling en bevindingen.

Het behandelen van een ongewoon voorvalmelding kan omvatten:

  • - Nagaan wie het bevoegd gezag is voor het gemelde ongewone voorval.
  • - Bepalen van de procedure voor afhandeling, eventueel met ondersteuning van bijvoorbeeld specialisten.
  • - Volgen en bewaken van de afhandeling; als een controlebezoek of handhavingsactie nodig is, dan wordt dit een apart product.
  • - Communiceren met de melder en zo nodig met de omgeving.
  • - Schriftelijke vastlegging van behandeling en bevindingen.

Administratief toezicht

Administratief toezicht is het inspecteren van administratieve processen en meet- en registratieplicht op basis van wet- en regelgeving.

Het uitvoeren van administratief toezicht kan bestaan uit de volgende stappen:

  • - voorbereiding;
  • - binnen halen of ontvangen van rapportage;
  • - inwinnen van advies intern en extern;
  • - beoordelen van rapportages/informatie;
  • - afstemmen met (handhaving)partners;
  • - opstellen van de controlerapportage;
  • - verzenden van een bevestigingsbrief of –rapportage.

Toezicht fysiek

Fysieke controles omvatten het fysiek aanwezig zijn op de locatie om de regelnaleving te controleren. De controle vindt zowel planmatig plaats, op basis van een vooraf opgesteld toezicht programma (bijvoorbeeld periodieke controles), alsook incidenteel indien daar een andere aanleiding is (bijvoorbeeld controle n.a.v. klachten/verzoek handhaving/calamiteit. Tot slot worden er opleveringscontroles uitgevoerd naar aanleiding van een melding/vergunning). Projectmatig toezicht is een specifieke vorm van fysieke controles.

Het uitvoeren van fysieke controles kan de volgende stappen bevatten:

  • - dossier voorbereiding;
  • - uitvoeren van een fysiek controlebezoek;
  • - inwinnen van advies (bodem, geluid, juridisch, archeologie enz.);
  • - inwinnen van een legalisatie onderzoek;
  • - beoordelen van rapportages;
  • - afstemmen met (handhaving)partners (eventueel);
  • - opstellen van de controlerapportage;
  • - verzenden van een bezoekbevestigingsbrief of –rapportage.

De controles vinden zowel aangekondigd als onaangekondigd plaats. Naast handhavers zijn er buitengewoon opsporingsambtenaren (boa’s) in dienst van de ODU. Zij kunnen boetes opleggen of een proces-verbaal opmaken. Handhaving kan bij zowel burgers, bedrijven als overheden plaatsvinden.

Controlefrequentie

Hoe vaak controles plaatsvinden wordt risicogericht bepaald, conform de regionale risicoanalyse in combinatie met naleefgedrag (indien bekend). Maar ook naar aanleiding van aard en omvang van problematiek of thema. Voor IPPC-installaties geldt de minimale (jaarlijkse) controlefrequentie overeenkomstig artikel 13.7 van het Omgevingsbesluit. Installaties met een hoger risico op milieu-impact worden vaker gecontroleerd dan installaties met een lager risico. Als het naleefgedrag onvoldoende blijkt of er in samenspraak met samenwerkende partners aanleiding is tot meer toezicht kan er in overeenstemming met de bevoegde gezagen een verscherpt toezichtsregime worden toegepast op een IPPC installatie/ locatie. Hierdoor wordt de toezichtsfrequentie verder verhoogd tot meerdere keren per jaar en wordt er toezicht uitgevoerd conform een toezichtsplan.

Termijnen van rapportage

De ODU rapporteert driemaal per jaar (1x per vier maanden) per deelnemer op de voortgang van de realisatie c.q. output. In twee rapportages rapporteert de dienst aanvullend over de outcome van het werk, denk hierbij aan verschillende KPI's, zoals het spontaan naleefgedrag , het toezichtseffect en de meest voorkomende overtredingen. Alle rapportages vallen onder de Wet open overheid (Woo), en zijn daarmee openbaar. De rapportages publiceert de dienst zelf niet actief. De jaarrapportage wordt in veel gevallen als bijlage gepubliceerd door de individuele bevoegde gezagen in combinatie met het eigen jaarverslag. In geval van veel of zwaarwegende bevindingen dan wel complexe problematiek bij installaties of MBA’s, hanteert de ODU de term aandachtslocatie. In overleg met de opdrachtgever krijgt een bedrijf dit label, de vorderingen in aandachtslocaties worden doorlopend besproken met de opdrachtgever.

Toezicht houden voor en met elkaar

In de regio Utrecht wordt het toezicht op de omgevingsvergunning en meld- en informatieplichten gecoördineerd uitgevoerd, volgens de eis van het Omgevingsbesluit. Dit is vooral het geval voor omgevingsvergunningen waarin sprake is van samenloop en waarbij het zinvol is om tussen toezichthoudende partijen af te stemmen (bijvoorbeeld niet bij een dakkapel, maar wel bij een omgevingsvergunning voor zowel slopen, kappen, bouwen, milieu als brandveiligheid).

Er zijn vier modellen:

  • - met elkaar controleren
  • - na elkaar controleren
  • - voor elkaar controleren
  • - voor elkaar signaleren

1. Met elkaar controleren

Vanuit diverse aandachtspunten gezamenlijk uit te voeren controle; vooral van belang in complexere situaties waar milieu, bouw én andere relevante (bestuurlijke) aandachtspunten meerdere specialismen vragen voor een goede beoordeling van de situatie.

2. Na elkaar controleren

Verschillende toezichthouders voeren, afhankelijk van de fase van het project (sloop, realisatie, oplevering, ingebruikname, exploitatie) een inspectie uit. Het zijn dus hoofdzakelijk geen gezamenlijke controles (behalve bij exploitatie). Daar waar mogelijk wordt ‘over de grenzen van de fasen heen’ gekeken, zoals in het kader van een ketenaanpak het tijdens de sloopinspectie ook alvast een milieutoezichthouder meenemen, of die tenminste op de hoogte te stellen met betrekking tot de verplichting om afvalstoffen te scheiden en af te geven aan een inzamelaar.

3. Voor elkaar controleren

Brede controle voor bouw, milieu en andere aandachtspunten door één toezichthouder; vooral in relatief eenvoudige situaties waar geen bijzondere of specialistische kennis van bouwen, milieu of andere facetten wordt gevraagd.

4. Voor elkaar signaleren (signaaltoezicht)

Controle door één toezichthouder, waarbij deze op hoofdpunten ook kijkt naar andere aspecten en bijzonderheden meldt aan collega’s; vooral in situaties die specialistische kennis vragen en waar de overige aspecten op basis van meer generieke kennis en vaardigheden kunnen worden gecontroleerd.

Afhankelijk van de te controleren activiteit, object of gebied wordt beoordeeld welke vorm passend is.

Ketentoezicht

Ketenaanpak is een belangrijke aanvulling op de hierboven beschreven toezichtsvormen. Binnen een ketenaanpak wordt er gekeken naar “de aaneenschakeling van handelingen en activiteiten waarin meerdere actoren een rol hebben”. Het doel van ketentoezicht is om milieucriminaliteit effectiever op te sporen en aan te pakken, maar ook om barrières op te werpen voor malafide bedrijven.

Het komt vaker voor dat meerdere van een bepaald type bedrijven of sectoren de gelegenheid hebben om te kiezen voor illegaliteit of ondermijning. Meestal ingegeven door een verdien- of besparingsmodel. Het negatieve effect daarvan werkt door in een keten.

Dit vraagt om een brede inzet van beschikbare instrumenten en om samenwerking met partners die in de betreffende keten over interventiemogelijkheden beschikken.

De belangrijkste voorbeelden:

  • - asbestketen
  • - afvalketen
  • - bodemketen

Binnen deze ketens komen vergelijkbare activiteiten ten aanzien van stoffen voor; verwijderen, inzamelen, verwerken, vervoeren, opslaan, hergebruiken en verbranden. Sommige bedrijven beheersen meerdere onderdelen in de keten, dit heet ketenintegratie. Hierdoor bestaat de gelegenheid tot milieucriminaliteit door (afval)stoffen te vermengen, om te katten, de samenstelling te verhullen en/of het bevoegd gezag het zicht op de (stoffen)stromen te ontnemen. Dit kan schade aan het milieu veroorzaken, waarvan de consequenties vaak pas op langere termijn zichtbaar zijn, zoals een verslechterde luchtkwaliteit, een verslechterde bodemkwaliteit en een verslechterde kwaliteit van drink- en oppervlaktewater.

Centrale activiteiten binnen de ketenaanpak zijn het samen met de ketenpartners delen, analyseren, duiden en interpreteren van data en informatie. De ambitie is om dit in de komende periode actief in te richten voor de thema’s omgevingsveiligheid en afval. Bij omgevingsveiligheid door de juiste ketenpartners bij vergunningaanvragen met risico’s op dit thema te betrekken en in een werkinstructie te duiden ‘wie wanneer waar’ bij moet zijn. Zo kan elk van de partners op het juiste moment ingeschakeld worden.

Voor het thema afval zijn goede landelijke voorbeelden, die de ODU op de eigen manier wil volgen. Een kwartiermaker kan hierin betekenisvol zijn. Is eenmaal een (regionaal) team actief, dan vraagt ketentoezicht om een evaluerende manier van werken, om actief in te spelen op wat werkt en wat niet. Het gaat erom elkaars informatiebehoefte te kennen en te weten wanneer elke partij meerwaarde kan bieden. Dit vraagt een analyserende, organische aanpak, waarbij de ODU leert van landelijke voorbeelden en in elk geval optrekt met het OM.