Intramurale ondersteuning kan in vijf treden worden geboden. Binnen al deze treden dient de beroepskracht ondersteuning te bieden op doelen ten aanzien van sociaal en persoonlijk functioneren en zelfzorg en gezondheid. De vijf treden zijn gebaseerd op de vereiste ondersteuningsbehoefte van cliënten.
Bij het maken van een keuze voor een specifieke trede wordt ervanuit gegaan dat cliënten in een intramurale setting altijd de mogelijkheid moeten hebben om meerdere malen per dag korte geplande en ongeplande contactmomenten met de beroepskracht te hebben. Bijvoorbeeld om de cliënt te ondersteunen in de dagstructuur zoals op tijd opstaan, naar werk of dagbesteding gaan, boodschappen doen, op tijd naar bed gaan. Meerdere van deze korte momenten per dag hebben daarom geen effect op de keuze van een trede.
Wanneer bij dit soort situaties wel langere tijd nodig is om de cliënt verder te helpen, heeft dit wel effect op de keuze van de trede. Denk hierbij bijvoorbeeld aan situatie waarbij de beroepskracht wel langere tijd nodig heeft om de cliënt te ondersteunen bij het uit z’n bed komen, te ontbijten en naar het werk of de dagbesteding te gaan.
Ook eventuele collectieve activiteiten zoals gezamenlijk de maaltijd voorbereiden en gebruiken heeft geen invloed op de keuze voor een intensiteit. In alle treden wordt rekening gehouden met deze inzet.
Voor alle treden geldt dat de intramurale setting en de daarbij behorende grote mate van nabijheid van begeleiding (maximaal 2 minuten loopafstand), zicht en toezicht noodzakelijk is voor cliënt en dus een gegeven is.
Trede 1
Cliënt kan binnen de intramurale setting voor een deel van de tijd op het gebied van sociaal persoonlijk functioneren en zelfzorg en gezondheid zelfstandig functioneren en heeft daarom op deze gebieden, dankzij de intramurale woonsituatie, beperkt ondersteuning nodig. De cliënt heeft daarnaast soms niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing nodig, voor langere tijd dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten, om te voorkomen dat er een onverantwoorde situatie ontstaat voor de cliënt en/of diens omgeving. De frequentie van de langer durende geplande en niet geplande ondersteuning samen beperkt zich tot enkele keren per week.
Trede 2
Cliënt heeft binnen de intramurale setting bijna dagelijks ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom regelmatig afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en heeft daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld zo’n één keer per dag.
Trede 3
Cliënt heeft zeer regelmatig ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft dagelijks afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en heeft daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld zo’n twee keer per dag.
Trede 4
Cliënt heeft gedurende de dag vaak ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom dagelijks meerdere afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en daarnaast een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijkse contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld drie tot vier keer per dag.
Trede 5
Cliënt heeft gedurende de dag vrijwel continu ondersteuning nodig bij het sociaal en persoonlijk functioneren en bij zelfzorg en gezondheid. Cliënt heeft daarom dagelijks meerdere afspraken voor planbare ondersteuningsmomenten en een behoefte aan niet planbare en niet uitstelbare ondersteuning en bijsturing, beide langer durend dan de kortdurende dagelijks contactmomenten. De frequentie van deze twee vormen van langer durende ondersteuning kan variëren, maar is gemiddeld vaker dan vier keer per dag.