De beschikking toelating opvang eindigt van rechtswege na het verlopen van de in de beschikking gestelde maximale opvangduur.

Een beschikking waarin maatschappelijke opvang wordt verstrekt kan door Centraal Onthaal voortijdig worden beëindigd of, wordt niet verlengd:

  • - als er sprake blijkt van een voorliggende voorziening of actuele en effectueerbare verstrekking, zoals rijksopvang, of een intramurale verstrekking op grond van de Wet Forensische Zorg of de Wlz, Jeugdwet, dan wel van een geldende rechterlijke titel;
  • - indien er een indicatie is gesteld voor een vervolgtraject in de vorm van een semi- of intramuraal Wmo-ondersteuningsarrangement, dan wel een andersoortige intramurale voorziening (Wlz/WFZ) aan de orde is en er een beschikbare plek is of is aangeboden;
  • - indien er een indicatie is gesteld voor een vervolgtraject in de vorm van een ambulant Wmo-ondersteuningsarrangement en er sprake is van een woonplek;
  • - indien er geen sprake (meer) is van een ondersteuningsbehoefte, bijvoorbeeld als er een goed verblijfsalternatief is, bijvoorbeeld via het netwerk of een aangeboden woonplek;
  • - indien is vastgesteld dat plaatsing en/of behandeling binnen een GGZ- of Zvw-instelling noodzakelijk is en er kan worden doorverwezen naar een vervolgplek;
  • - indien cliënt zich niet houdt aan de afspraken gemaakt in het onderzoeksverslag, er voldoende inspanningen door de zorgaanbieder zijn gedaan en de cliënt alsnog aantoonbaar niet meewerkt aan het behalen van de doelen, de basale begeleiding of de basis op orde begeleiding;
  • - bij een ernstige mate van bedreiging of intimidatie in of rond de opvanglocatie of bij Centraal Onthaal, door de cliënt of iemand uit zijn netwerk, waarvan aangifte bij de politie mogelijk is en waardoor een onwerkbare situatie ontstaat omdat de persoonlijke veiligheid of vrijheid van de medewerkers en/of andere cliënten in de opvang in gevaar is waarbij wordt nagestreefd dat cliënt wordt verwezen naar een toereikende en passende plek;
  • - indien er is sprake van een aantoonbare onherstelbaar verstoorde vertrouwensrelatie tussen de zorgaanbieder en de cliënt waarvan schriftelijk verslag is gedaan en meermaals gewaarschuwd;
  • - bij hygiënische omstandigheden van de cliënt die ernstige gezondheidsrisico’s opleveren voor de medewerkers en andere cliënten in de opvanglocatie;
  • - bij het niet nakomen van essentiële verplichtingen of regels, ook niet na herhaaldelijk (schriftelijk) aandringen of waarschuwen door de zorgaanbieder;
  • - indien uit (her)onderzoek blijkt dat er sprake is van aanvullende of gewijzigde informatie die leidt tot een ander besluit;
  • - indien blijkt dat er sprake is van een opzettelijke onjuiste weergave van de feiten die toegang gaven tot de opvang;
  • - wanneer cliënt feitelijk niet verblijft in de hem verstrekte opvang en naar aanleiding van een gesprek blijkt dat er daadwerkelijk geen sprake meer is van de noodzaak om op te vangen;
  • - als cliënt zonder opgaaf van reden geen structureel gebruik maakt van de opvang.
  • - de cliënt een aangeboden passende woning weigert;
  • - wanneer de cliënt zich aantoonbaar structureel niet houdt aan de verplichtingen genoemd in 5.2.11 (beleidsregels maatschappelijke ondersteuning en jeugdhulp Rotterdam).