(uitwerking van hoofdstuk 3 artikel 8 van de verordening)
De verordening is gebaseerd op twee uitgangspunten:
- - Stimuleren van zelfstandigheid
- - We streven ernaar dat kinderen opgroeien tot zelfstandige burgers die actief deelnemen aan de samenleving.
- - Eigen verantwoordelijkheid van ouders
- - Waar mogelijk reizen leerlingen te voet, met de fiets of met het openbaar vervoer, eventueel onder begeleiding van een volwassene. Dit heeft de voorkeur boven aangepast vervoer. Het doel is dat leerlingen steeds zelfstandiger worden in hun deelname aan de samenleving. Ouders spelen hierin een essentiële rol en dragen verantwoordelijkheid voor de begeleiding van hun kind. Factoren zoals werk, studie of gezinssamenstelling ontheffen ouders niet van deze verantwoordelijkheid.
Ouders zijn verantwoordelijk voor het gedrag van de minderjarige leerling in het aangepast vervoer. De verordening biedt de mogelijkheid om, naast de zitplaats van de leerling in het aangepast vervoer, tijdelijk ook een zitplaats voor een begeleider te regelen. Ouders zijn zelf verantwoordelijk voor het organiseren en financieren van deze begeleiding. Bij tijdelijke verhindering, zoals ziekte, dienen zij zelf een alternatieve oplossing te vinden.
Ouders van leerlingen in het primair onderwijs, die recht hebben op een vervoersvoorziening, worden ondersteund met een kilometervergoeding of aangepast vervoer. Tijdens de basisschoolperiode hoeven ouders geen begeleiding te bieden bij het zelfstandig reizen per fiets of openbaar vervoer van en naar school. Wel zijn zij verantwoordelijk voor een geleidelijke overgang naar het voortgezet onderwijs, waarbij ze met de leerling toewerken naar zelfstandig (leren) reizen.