Naar hoofdinhoud

Hoofdstuk 3. › Paragraaf 3.4

Artikel 3.4.3.

Keuze grondbeleid

Onderdeel van Nota Grondbeleid 2025-2029

De gemeente maakt bij ruimtelijke ontwikkelingen een afweging op basis van twee hoofdvragen: draagt het initiatief bij aan een gemeentelijke ambitie, en hoe stelt de markt zich op? Is er sprake van een gemeentelijke behoefte, dan kan de gemeente kiezen voor een actieve rol: via risicodragend grondbeleid of als activerend facilitator van een marktinitiatief. Toont de markt geen initiatief, dan kan de gemeente zelf de regie nemen, bijvoorbeeld als grondproducent. Een goede ontwikkelstrategie en risicoanalyse zijn hierbij essentieel. Levert een ontwikkeling géén bijdrage aan gemeentelijke ambities, dan kan de gemeente alleen faciliterend meewerken, mits haar belangen niet worden geschaad en er geen financieel risico is. Ook het maatschappelijk en financieel rendement speelt een rol. Bij een positief maatschappelijk én financieel rendement (zoals in scenario’s 1 en 2) kan de gemeente actief grondbeleid voeren, waarbij eventuele winst ten goede komt aan andere maatschappelijke doelen. Bij een negatief financieel maar wél maatschappelijk rendement (scenario 3) kan de gemeente alsnog zelf een actieve rol overwegen, als de markt het laat afweten. In het geval van het financiële scenario 4, dat een ontwikkeling een negatief financieel rendement oplevert op de grondexploitatie, maar wel een positief financieel rendement oplevert op de vastgoedexploitatie, zal de markt de ontwikkeling naar alle waarschijnlijkheid oppakken. Conclusie Op basis van de analyses met betrekking tot het verwachte maatschappelijke en/of financiële rendement wordt bepaald welke vorm van grondbeleid gevoerd zal worden. Beleidsuitgangspunt 1 Afhankelijk van het financiële én maatschappelijke rendement van een ontwikkeling zal gekozen worden voor een facilitair of voor een actief grondbeleid.

Rechtspraak bij dit artikel