1.. Uittreding door een gemeente is niet mogelijk in de eerste zes jaar na in werking treden van deze regeling.

2.. De uittredende gemeente is gehouden de bij uitreding aantoonbaar doorlopende kosten van de centrumgemeente te vergoeden. De centrumgemeente en uittredende gemeente maken hierover op basis van de begroting van het jaar na uittreden, financiële afspraken die unaniem door de overige deelnemende gemeenten moeten worden goedgekeurd.

3.. Opheffing van de regeling is slechts mogelijk wanneer de deelnemende gemeenten hierover, en over het door de centrumgemeente opgestelde opheffingsplan met de daarin opgenomen voorwaarden, overeenstemming hebben bereikt. Artikel 16 is onverkort van toepassing.

4.. In afwijking van het voorgaande lid, kan opheffing niet plaatsvinden indien voor één van de taken in deze regeling een wettelijke verplichting tot samenwerking bestaat, met uitzondering van de situatie waarin de deelnemende gemeenten voor die verplichte samenwerking reeds een ander samenwerkingsverband zijn aangegaan.