1. In afwijking van artikel 9, eerste lid, van de Invorderingswet 1990 moet de precariobelasting worden betaald:
a. uiterlijk op de laatste dag van de tweede maand na de dagtekening van het aanslagbiljet;
b. ingeval van een kennisgeving als bedoeld in artikel 7, lid 2 op het moment van het uitreiken van de schriftelijke kennisgeving, dan wel ingeval van toezending ervan, binnen 14 dagen na de dagtekening van de kennisgeving.
2. Betaling via automatische incasso is voor alle aanslagen mogelijk. In afwijking van het bepaalde in het eerste lid geldt, ingeval machtiging is verleend tot automatische incasso en het totaal bedrag van de op één aanslagbiljet verenigde aanslagen meer dan € 100,00 doch niet meer dan € 10.000,00 bedraagt, dat de aanslag moeten worden betaald in zoveel gelijke termijnbedragen als er na de maand van de dagtekening van het aanslagbiljet nog maanden in het jaar van de dagtekening overblijven, met dien verstande dat het aantal betalingstermijnen steeds minimaal twee telt. De eerste termijn vervalt een maand na de dagtekening van het aanslagbiljet en elk van de volgende termijnen telkens een maand later.
3. In afwijking van het voorgaande lid geldt bij automatische incasso dat voor aanslagen van meer dan € 10.000,00 dit bedrag, samen met een eventuele bestuurlijke boete, betaald moet worden op de laatste dag van de maand die volgt op de maand die staat aangegeven in de dagtekening van het aanslagbiljet. Voor een aanslag van minder dan € 100,00 geldt dat dit bedrag uiterlijk moet worden betaald op de laatste dag van de tweede maand die volgt op de maand die staat aangegeven in de dagtekening van het aanslagbiljet.
3. De Algemene termijnenwet is niet van toepassing op de in de voorgaande leden gestelde termijnen.