**1..** Het college weigert een pgb in ieder geval indien:
zorg in natura passend en toereikend is;
de jeugdige of diens ouder(s) niet in staat zijn het pgb verantwoord te beheren, ook niet met ondersteuning;
het pgb-plan ontbreekt of onvoldoende waarborgen bevat;
onvoldoende is gewaarborgd dat de hulp die met het pgb wordt ingekocht voldoet aan de kwaliteitseisen;
de voorziening niet de goedkoopst adequate oplossing betreft;
de hulpverlener niet voldoet aan de wettelijke kwaliteitseisen of er gegronde bezwaren bestaan tegen diens inzet;
het pgb uitsluitend dient als inkomensvoorziening voor de hulpverlener;
het pgb wordt ingezet voor meer dan 40 uur per week aan informele hulp (sociaal netwerk), tenzij het college gemotiveerd een uitzondering maakt;
het pgb wordt ingezet voor besteding in het buitenland, tenzij het college hiervoor vooraf toestemming heeft gegeven;
de aanvrager weigert mee te werken aan het onderzoek of het bespreken van het pgb-plan.
**2..** Een besluit tot weigering van een persoonsgebonden budget wordt door het college deugdelijk gemotiveerd, met inachtneming van het zorgvuldigheidsbeginsel (artikel 3:2 Awb) en het evenredigheidsbeginsel (artikel 3:4 Awb). Daarbij weegt het college de individuele omstandigheden van de jeugdige en diens ouder(s) en motiveert het waarom zorg in natura of een afwijzing van het pgb proportioneel is in verhouding tot het beoogde doel.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.5
Weigeringsgronden pgb
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Culemborg 2026