**1..** Bij het vaststellen van de hoogte van het pgb maakt het college onderscheid tussen formele en informele hulp.
**2..** Voor formele hulp geldt:
indien de hulp wordt geleverd door een instelling: het tarief per uur, per dagdeel of per resultaat bedraagt maximaal 100% van het laagste adequate tarief van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die vergelijkbare hulp biedt;
indien de hulp wordt geleverd door een zelfstandig ondernemer (zzp’er): het tarief per uur, per dagdeel of per resultaat bedraagt maximaal 90% van het laagste adequate tarief van een door de gemeente gecontracteerde aanbieder die vergelijkbare hulp biedt.
**3..** Voor informele hulp geldt:
het tarief bedraagt in beginsel 50% van het laagste adequate tarief voor vergelijkbare hulp in natura, met een ondergrens van het wettelijk minimumloon inclusief vakantiebijslag en de tegenwaarde van verlofuren en een bovengrens van €20 per uur;
indien sprake is van een arbeidsovereenkomst en de budgethouder verplicht is werkgeverslasten af te dragen, wordt het persoonsgebonden budget verhoogd met de daadwerkelijk verschuldigde werkgeverslasten;
indien de noodzakelijke hulp bij toepassing van onderdeel a niet kan worden ingekocht, kan het college gemotiveerd een hoger tarief vaststellen dat toereikend is om de noodzakelijke hulp in te kopen;
**4..** Het pgb wordt nooit hoger vastgesteld dan de kostprijs van de goedkoopst adequate voorziening in natura.
**5..** Indien aantoonbaar blijkt dat de aangewezen hulp niet kan worden ingekocht tegen de in dit artikel genoemde standaardtarieven, kan het college het tarief gemotiveerd aanpassen, zodat de jeugdige de noodzakelijke hulp bij ten minste één aanbieder kan inkopen.
**6..** Het college kan nadere regels of beleidsregels vaststellen over de berekeningswijze en toepassing van pgb-tarieven.
Hoofdstuk 6
Artikel 6.6
Hoogte van het persoonsgebonden budget (pgb)
Onderdeel van Verordening jeugdhulp gemeente Culemborg 2026