1. Een openbare ruimte krijgt een naam die nog niet voorkomt in de woonplaats binnen de gemeente, tenzij de nieuwe naam aansluit bij de naamgeving van naastgelegen openbare ruimten.
2. Een openbare ruimte krijgt één naam, ook als deze door meerdere kernen loopt en ongeacht onderbrekingen door waterlopen of wegen. Het college kan besluiten om hiervan af te wijken.
3. De naam van de openbare ruimte is maatschappelijk aanvaardbaar.
4. Alle openbare ruimten in een buurt, wijk, of bouwfase krijgen namen in hetzelfde thema.
5. De naam van een fietspad sluit aan op:
a. de naam van de openbare ruimte waarvan het fietspad in het verlengde ligt;
b. de naam van de openbare ruimte waar het pad op uitkomt;
c. een nabijgelegen straat;
d. de functie van de omgeving of van het fietspad zelf.
6. Bij het vernoemen van personen geldt als voorwaarde dat:
a. de persoon overleden is;
b. zijn of haar maatschappelijke rol al geruime tijd tot het verleden behoort;
c. het vaststaat dat de persoon in kwestie onomstreden is.
Artikel 2.
Uitgangspunten voor naamgeving
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering (adressen)