1. Voor de nummeraanduiding wordt zoveel mogelijk aangesloten bij de nummering van omliggende bebouwing.
2. Een object met toegangen aan verschillende openbare ruimten krijgt een nummer dat past binnen de nummeraanduiding van de openbare ruimte waaraan de hoofdtoegang ligt.
3. De huisletter T is gereserveerd voor een trafostation, de W voor een windmolen.
4. De letters I, O, U, G, L, Q, en S worden niet als huisletters en huisnummertoevoegingen gebruikt.
Artikel 3.
De nummeraanduiding
Onderdeel van Uitvoeringsvoorschriften naamgeving en nummering (adressen)