**1..** De bruto-inkomsten c.q. opbrengsten (winst, zonder dat er iets is afgedragen aan de Belastingdienst) worden per kalendermaand volledig verrekend met de netto-uitkering. Belanghebbende levert elke maand een inkomstenformulier in. Dit formulier wordt voorzien van een overzicht van de verrichte werkzaamheden (inclusief urenopgave).
**2..** De volgende bedrijfskosten (exclusief BTW) kunnen op de omzet in mindering worden gebracht:
De inkoopwaarde van de omzet (bijvoorbeeld materiaal- en inkoopkosten);
De kosten gerelateerd aan de rechtmatige vestiging (bijvoorbeeld kosten WA- verzekering, kosten inschrijving KvK);
De reiskosten op basis van de fiscale kilometervergoeding, kortste route ANWB routeplanner of de kosten van het openbaar vervoer (tweede klas). Aan te tonen door middel van een rittenadministratie met een verklaring van de kosten;
De kosten voor een boekhouder tot maximaal € 600,- per jaar;
Promotiekosten zoals visitekaartjes en flyers.
**3..** Op de omzet worden de volgende kosten in ieder geval niet in mindering gebracht:
Huur en/of kosten bedrijfsruimte;
Kosten voor het aanschaffen of leasen van een auto;
Personeelskosten;
Kosten voor computers, tablets, telefoons en printers;
Hotelovernachtingen;
Representatiekosten (zoals kleding, etentjes en geschenken);
Boetes van de Belastingdienst wegens te late aangifte inkomstenbelasting of omzetbelasting;
Investeringen;
Rentelasten;
Kosten die worden opgevoerd in strijd met de belastingwetgeving;
Kosten van activiteiten die in strijd zijn met de bepalingen van deze beleidsregel.
**4..** Voor een handelsonderneming gelden aanvullende voorwaarden:
Een afzonderlijke voorraadadministratie is verplicht;
Het inschakelen van en boekhouder is verplicht;
Alleen de inkoopwaarde van verkochte goederen mag als kosten worden opgenomen;
De voorraad dient volledig uit eigen middelen te worden gefinancierd;
Winst mag niet worden gebruikt voor investeringen in voorraad.
**5..** De verrekening van inkomsten vindt plaats conform het maandelijkse inkomstenformulier.
**6..** Het college kan in het individuele geval afspraken met de belanghebbende maken over noodzakelijke kosten als dat noodzakelijk is voor het parttime ondernemen en de kosten in verhouding staan met de zelfstandige activiteiten en zolang zij in verhouding staan tot de met dit beleid te dienen doelen.
**7..** Voldoet de belanghebbende aan de voorwaarden voor de vrijlating van inkomsten op grond van de PW of de IOAW, dan geldt deze vrijlating ook voor de parttime ondernemer. De inkomstenvrijlating wordt achteraf bij de jaarlijkse afrekening vastgesteld aan de hand van de administratie en aangifte inkomstenbelasting.