Iedere evenementen-aanvraag moet worden getoetst op basis van Apv, de beleidsregels maar ook andere wet- en regelgeving. Op de diverse onderdelen van een evenement kunnen verschillende wetten en regels van toepassing zijn. Hieronder staat de meest voorkomende wet- en regelgeving genoemd:
1. Alcoholwet
Indien evenementen worden gehouden in een inrichting als bedoeld in de Alcoholwet (een horecabedrijf) vervalt in de regel de evenementenbepaling van de Apv.
Een artikel 35 Alcoholwet-ontheffing, ook wel tapontheffing, maakt het mogelijk om bij bijzondere gelegenheid van zeer tijdelijke aard (maximaal 12 aaneengesloten dagen) zwak alcoholhoudende dranken te schenken. Wanneer een organisatie zelf een ontheffing aanvraagt, zal diegene een natuurlijk persoon moeten zijn (en geen rechtspersoon) die voldoet aan de bepalingen van de Alcoholwet- en regelgeving. Zo moet hij/zij leidinggevend zijn, minimaal 21 jaar oud te zijn, te voldoen aan de zedelijkheidseisen zoals gesteld in de wet en dient ingeschreven te zijn in het Register Sociale Hygiëne. Deze leidinggevende moet continu aanwezig zijn als er wordt geschonken. Barpersoneel dient vooraf geïnstrueerd te worden over nakoming van de voorschriften inzake de drankverstrekking waarbij nadrukkelijk aandacht is voor de leeftijdscontrole.
Voor het mogen schenken van zwak-alcoholhoudende dranken tijdens evenementen buiten een horecabedrijf op of aan de openbare weg is een ontheffing nodig op grond van artikel 35 van de Alcoholwet. De burgemeester kan tijdens een bijzondere gelegenheid, zoals een evenement, ontheffing verlenen, mits alle leidinggevenden beschikken over een Verklaring Sociale Hygiëne en van goed levensgedrag zijn. De leidinggevende hoeft geen horecaondernemer te zijn.
Daarnaast wordt er in het kader van Wise aandacht gegeven aan de preventie van alcoholgebruik onder jongeren.
2. Algemene Plaatselijke Verordening gemeente Barneveld (Apv)
In de Apv zijn diverse bepalingen opgenomen die gerelateerd kunnen worden aan evenementen. Allereerst zijn er de algemene bepalingen die (in aanvulling op de Awb) betrekking hebben op het aanvragen, beslissen, verbinden van voorschriften en beperkingen aan vergunningen. In de Apv heeft de gemeenteraad in de artikelen 2:24 en verder aangegeven wat onder evenementen moet worden verstaan en dat er een vergunningplicht bestaat voor alle evenementen. Daarnaast wordt in deze artikelen de bevoegdheid aan de burgemeester gegeven om beleidsregels te maken. Deze beleidsregels zijn voor een deel opgenomen in de Uitvoeringsbepalingen Apv en voor een ander deel in deze Beleidsregels evenementen gemeente Barneveld. Daarnaast zijn er bij evenementen ook andere Apv-vergunningen betrokken. Dit betreft bijvoorbeeld een ontheffing voor geluid en een vergunning voor aankondigingsborden. Dit zijn bevoegdheden van het college van burgemeester en wethouders
3. Algemene wet bestuursrecht (Awb)
De Algemene wet bestuursrecht kent regels voor het aanvragen, het beslissen en de voorbereiding van beslissingen en bekendmakingen die ook relevant zijn voor evenementen. Belangrijk in dit verband is vooral dat de beslissing zorgvuldig moet worden voorbereid door de nodige kennis over relevante feiten en belangen te vergaren. De belangen van omwonenden zijn daarbij een belangrijke factor.
4. Arbeidsomstandighedenwet (Arbowet)
De Arbowet stelt dat werkgever en werknemers samen moeten zorgen voor het verbeteren van de arbeidsomstandigheden. De werkgever is uiteindelijk verantwoordelijk, maar ook de werknemer heeft de verplichting de eigen veiligheid en gezondheid in acht te nemen. In de Arbowet is ook een bepaling opgenomen die de organisator verplicht om de veiligheid van derden te waarborgen, conform artikel 10 van de Arbowet. Bij evenementen dient de organisator dan ook de veiligheid van de bezoekers te waarborgen. Bij overtreding van de zorgplicht om de veiligheid van derden te waarborgen, kan de arbeidsinspectie een bestuurlijke boete opleggen.
5.Besluit Brandveilig Gebruik en Basishulpverlening Overige Plaatsen (BBGBOP)
Evenementen vinden doorgaans plaats in de open lucht. In het BBGBOP zijn regels gesteld ten aanzien van de brandveiligheid en de basishulpverlening voor activiteiten, voor zover die in de buitenlucht plaatsvinden. Bij de aanvraag evenementenvergunning moeten de gegevens voor een gebruiksmelding worden ingeleverd door de aanvrager (art 2:25 lid 2 Apv).
6. Collectieve en individuele festiviteiten (Apv)
Artikel 4:1 tot en met 4:3 van de Apv geven regels voor individuele en collectieve festiviteiten in inrichtingen waarbij de geluidsniveaus hoger mogen zijn dan vastgesteld in het Activiteitenbesluit Wet Milieubeheer, zoals deze luidde direct voorafgaand aan de inwerkingtreding van de Omgevingswet.
Koningsdag, Bevrijdingsdag en Oud op Nieuwjaar zijn aangewezen als collectieve festiviteit en dan gelden de grenswaarden uit het Activiteitenbesluit niet.
Op grond van artikel 4:3 van de Apv kunnen inrichtingen, die bestemd zijn om evenementen te organiseren, maximaal 12 incidentele festiviteiten per kalenderjaar houden. Deze zogeheten 12-dagenregeling geldt voor de Midden Nederland Hallen, de Veluwehal en het Schaffelaartheater.
7. Gemeentewet
De burgemeester is op grond van artikel 172 van de Gemeentewet belast met de handhaving van de openbare orde. Op grond van artikel 174 van de Gemeentewet is de burgemeester tevens belast met het toezicht op openbare samenkomsten en vermakelijkheden alsmede voor het publiek openstaande gebouwen en daarbij behorende erven. De burgemeester kan ten behoeve van het handhaven van de openbare orde of het toezicht op openbare gelegenheden bevelen geven die hij noodzakelijk acht. De burgemeester kan zich daarbij laten bijstaan door de politie. Indien zaken uit de hand lopen heeft de burgemeester op grond van de artikelen 175 en 176 van de Gemeentewet daarnaast nog de mogelijkheid tot het geven van noodbevelen of het afkondigen van een noodverordening.
8. Grondwet, artikel 7 Vrijheid van meningsuiting
Vrijheid van meningsuiting is de vrijheid van burgers om hun overtuigingen kenbaar te maken, zonder voorafgaande controle door de staat. De vrijheid van meningsuiting is niet absoluut, net als de meeste andere grondrechten. Zo zijn belediging en smaad onder bepaalde omstandigheden strafbaar.
9. Hygiënerichtlijn RIVM
Het Rijksinstituut voor Volksgezondheid en Milieu heeft een Hygiënerichtlijn voor evenementen opgesteld. Deze richtlijn is ook nadrukkelijk bedoeld voor organisatoren van evenementen. De GHOR maakt ook gebruik van deze richtlijn bij de specifieke advisering per evenement. De richtlijn bevat ook instructies en schema’s die kunnen worden gedownload en is hier te vinden: Hygiënerichtlijn voor evenementen | RIVM
10. Legesverordening
Voor het verlenen van een vergunning of ontheffing wordt op grond van de legesverordening leges (belasting) geheven. Deze heffing is bedoeld om de kosten die worden gemaakt om de vergunning of ontheffing te verlenen te kunnen dekken. Voor de evenementenvergunning voor A en B evenementen wordt -op dit moment- geen leges geheven, omdat de inzet van de organisatoren, die dit meestal vrijwillig op zich nemen, gewaardeerd wordt. Voor C- evenementen en de andere vergunningen of ontheffingen worden wel leges geheven. De hoogte van de leges staat in de tarieventabel bij de verordening.
11. Omgevingsplan (licht en geluid)
Wanneer evenementen worden gehouden op bedrijfslocaties met milieubelastende activiteiten dan gelden er vanuit het omgevingsplan eisen met betrekking tot onder andere licht en geluid. Voor collectieve festiviteiten op deze locaties, of festiviteiten die ten hoogste 12 maal per jaar op een locatie worden gehouden kan het omgevingsplan bepalen dat daarvoor andere waarden of geen waarden gelden (art. 5.68 Besluit kwaliteit leefomgeving).
12. Omgevingswet (Omgevingsplan)
De Omgevingswet is in 2024 in werking getreden. Deze wet bundelt tientallen wetten en honderden regels die betrekking hebben op de fysieke leefomgeving. Het omgevingsplan is een van de kerninstrumenten van de Omgevingswet. Elke gemeente stelt één omgevingsplan op waarin de regels staan voor de fysieke leefomgeving over uiteenlopende onderwerpen. Die regels zijn nodig voor een evenwichtige toedeling van functies aan locaties. In Barneveld hebben we het Omgevingsplan gemeente Barneveld.
Via het omgevingsplan regelt de gemeenteraad gebiedsgericht de mogelijke activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit kan onder meer door specifieke functies toe te wijzen aan gronden. De gemeente stelt dus locatieprofielen op voor evenementen samen met inwoners, organisatoren en (andere) belanghebbenden. De reikwijdte van het omgevingsplan is daarmee veel groter dan die van het vroegere bestemmingsplan.
De gemeenteraad heeft locaties voor evenementen aangewezen en deze zijn vervolgens vertaald naar een afwegingskader en maken onderdeel uit van het Omgevingsplan gemeente Barneveld.
Omgevingswet - Gebieds- en soortenbescherming
Het Ministerie van Volkshuisvesting en Ruimtelijke Ordening beoogt met de Omgevingswet o.a. bedreigde dier- en plantensoorten die in het wild voorkomen te beschermen. Organisatoren van evenementen zijn zelf verplicht om na te gaan of er effecten op beschermde soorten of gebieden optreden en te zorgen voor de benodigde natuurvergunningen. Effecten op beschermde gebieden en soorten kunnen met een ecologisch onderzoek (Quickscan/natuurtoets en stikstofberekening) worden bepaald.
Wordt een evenement georganiseerd in de buitenlucht, in een groene omgeving, dan kunnen dieren of planten hierdoor worden geschaad en is de wet van toepassing. Als er negatieve effecten aan de orde zijn kunnen soms preventieve maatregelen worden genomen om schade aan de natuur te voorkomen. Hebben de preventieve maatregelen niet het gewenste effect, dan moet de organisatie van het evenement een omgevingsvergunning aanvragen bij de provincie. De Provincie Gelderland verleent alleen een omgevingsvergunning indien er maatregelen worden genomen die de schade zoveel mogelijk beperken en de activiteit de openbare veiligheid, volksgezondheid, veiligheid van het luchtverkeer, de bescherming van gewassen, vee, bossen, visserij of wateren, de bescherming van flora- en fauna of onderzoek of onderwijs bevordert, of een andere dwingende redenen van openbaar belang (geldt niet voor vogels met een jaarrond beschermd nest). Voor evenementen is een omgevingsvergunning mogelijk wanneer het evenement een van deze gronden dient. De organisator kan deze omgevingsvergunning aanvragen bij de Provincie Gelderland via het omgevingsloket. In bepaalde gevallen is het ook mogelijk om voorafgaand in overleg te treden met de provincie (verzoek om vooroverleg).
Indien er sprake is van negatieve effecten op een Natura 2000 gebied (De Veluwe), dan is er voor het houden van het evenement wellicht ook een vergunning nodig. Ook hiervoor kunt u bij de provincie terecht via het omgevingsloket. Tot effecten op een Natura 2000 gebied behoren bijvoorbeeld de effecten van stikstof(depositie) of verstoring door geluid, licht en trillingen. Een vergunning kan alleen worden verkregen wanneer in een passende beoordeling wordt bepaald dat er geen sprake is significante effecten op Natura 2000-gebied.
Zie ook: https://www.gelderland.nl/themas/stikstof/stikstof-in-gelderland/veelgestelde-vragen/evenementen-en-wnb
13. Politiewet
De Politiewet omschrijft de taak van de politie als “de daadwerkelijke handhaving van de rechtsorde en het verlenen van hulp aan hen die deze behoeven”. Hieronder vallen ook evenementen. De hulpverlenende taak wordt bovendien zo breed opgevat dat ook veiligheid in preventieve zin, zoals veiligheidsoverleg vooraf bij evenementen, hieronder geschaard kan worden.
14. Vuurwerkbesluit
Op grond van het Vuurwerkbesluit mag consumentenvuurwerk thans alleen worden afgestoken op Oudejaarsdag vanaf 18.00 uur tot Nieuwjaarsdag 02.00 uur. Vergunning of ontheffing voor andere tijden is niet mogelijk. Het afsteekverbod geldt niet voor fop- en schertsvuurwerk. Vuurwerk dat tijdens evenementen wordt afgestoken valt onder de categorie professioneel vuurwerk en mag alleen worden afgestoken door een gecertificeerd bedrijf dat beschikt over een vergunning van de provincie. Voor het afsteken moet vergunning worden aangevraagd bij het college van Gedeputeerde Staten, dat de burgemeester in de gelegenheid stelt advies uit te brengen. Brengt de burgemeester een negatief advies uit (en verklaring van geen bezwaar dus weigert), dan zal Gedeputeerde Staten de gevraagde vergunning weigeren. Voor theatervuurwerk tot 20 kg en professioneel vuurwerk tot 200 kg hoeft geen vergunning te worden verleend, maar kan worden volstaan met een melding aan de provincie.
15. Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS)
De veiligheid van speeltoestellen, bijvoorbeeld springkussens, is geregeld in het WAS. Dit besluit stelt onder andere eisen aan de veiligheid en aan het beheer van speeltoestellen in de openbare ruimte. Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen is van toepassing op speeltoestellen in de publieke ruimte. Mocht tijdens een evenement gebruik worden gemaakt van speeltoestellen dan is deze wet hierop van toepassing. De Voedsel en Warenautoriteit heeft de taak om toezicht op de WAS te houden en de gemeente Barneveld heeft de taak om te controleren of men voldoet aan het wettelijke veiligheidsvoorschrift. De rol van de gemeente is onder andere om het NVWA-register te raadplegen om te kijken of de attracties goedgekeurd zijn. Bij het toetsen op de veiligheid van attractietoestellen kan de gemeente gebruik maken van het Register Attractie- en Speeltoestellen (RAS). Meer informatie staat op de website van de NVWA Het Warenwetbesluit attractie- en speeltoestellen (WAS) in het kort | Attracties en speeltoestellen | NVWA
Via het omgevingsplan regelt de gemeenteraad gebiedsgericht de mogelijke activiteiten die gevolgen hebben of kunnen hebben voor de fysieke leefomgeving. Dit kan onder meer door specifieke functies toe te wijzen aan gronden. De gemeente stelt dus locatieprofielen op voor evenementen samen met inwoners, organisatoren en (andere) belanghebbenden. De reikwijdte van het omgevingsplan is daarmee veel groter dan die van het vroegere bestemmingsplan.
De gemeenteraad heeft locaties voor evenementen aangewezen en deze zijn vervolgens vertaald naar een afwegingskader en maken onderdeel uit van het omgevingsplan gemeente Barneveld.
16.Waterschapsverordening
Onze gemeente ligt in het gebied van het Waterschap Vallei en Veluwe. Het waterschap heeft een Waterschapsverordening Waterschap Vallei en Veluwe vastgesteld en deze is in 2024 inwerking getreden. In paragraaf 2.1.10 staan voorschriften voor evenementen wanneer deze worden gehouden in een beperkingengebied. Op grond van artikel 2.37 moet twee weken voor het evenement een melding worden gedaan. In de toelichting staat de verdere uitleg van de bepalingen.
17. Wegenverkeerswet (WVW) en Regeling verkeersregelaars
Gelet op de bepalingen in de WVW en het daarop gebaseerd Reglement Verkeersregels en Verkeerstekens 1990 (RVV) en het Besluit administratieve bepalingen inzake het wegverkeer (BABW) is het mogelijk om (gedeelten van) wegen, straten en/of pleinen, die in het beheer en/of eigendom van de gemeente of andere wegbeheerders zijn, af te sluiten ten behoeve van een evenement.
Verkeersregelaars kunnen worden ingezet om verkeersstromen bij tijdelijke wegafzettingen, zoals tijdens evenementen, in goede banen te leiden. In de Regeling verkeersregelaars 2009 worden de eisen omschreven waaraan verkeersregelaars moeten voldoen.
Er zal geen ontheffing worden verleend voor een wedstrijd op de openbare weg (zoals een autorally) op grond van artikel 10 juncto 148 Wegenverkeerswet.
18.Wet Bibob
De Wet Bevordering integriteitsbeoordelingen door het openbaar bestuur (Wet Bibob) beoogt te voorkomen dat de overheid criminele activiteiten faciliteert. Indien er ernstig gevaar bestaat dat een vergunning wordt gebruikt om wederrechtelijk verkregen vermogen wit te wassen of strafbare feiten te plegen, dan kan de gemeente de vergunningaanvraag weigeren of de verleende vergunning intrekken. Deze wet is van toepassing op vergunning en ontheffingen op grond van de Alcoholwet en op evenementenvergunning. Hoe deze wet wordt toegepast staat in de Beleidsregel voor de toepassing van de Wet Bibob gemeente Barneveld.
19. Wetboek van Strafrecht
De politie kan bij problemen als geweld, diefstal, misdrijven tegen openbare orde, gezag e.d. optreden op grond van het Wetboek van Strafrecht
20. Wet Luchtvaart en gebruik drones
Deze wet heeft betrekking op de veiligheid van het luchtverkeer. Indien bij evenementen gebruik wordt gemaakt van luchtvaartuigen, denk hierbij aan helikopters of luchtballonnen, dan is deze wet van belang. Op grond van de Wet Luchtvaart kan voor drie gevallen bij de provincie een TUG-ontheffing worden aangevraagd. Eén van die drie gevallen heeft betrekking op ‘incidenteel locatiegebonden ontheffing’. Voor dit soort gevallen dient de organisator een ontheffing aan te vragen bij GS van de provincie Gelderland, die een verklaring geen bezwaar aan de burgemeester vraagt. De burgemeester kan bezwaren ten aanzien van de openbare orde en veiligheid hebben en geen verklaring afgeven of voorschriften aanbevelen.
Drones kunnen beroepsmatig worden gebruikt tijdens evenementen. Gezien het commerciële karakter valt het gebruik onder de Regeling op afstand bestuurbare luchtvaartuigen. Hiervoor kan een vergunning worden verleend voor Minister van Infrastructuur en Waterstaat.
De belangrijkste regels op grond van de artikelen 13, 14 en 15 zijn dat het verboden is te vliegen met een drone van meer dan 25 kg:
- - buiten zichtafstand van de bestuurder of een waarnemer;
- - hoger dan 120 meter boven de grond of het water;
- - binnen 25 meter op horizontale afstand van mensenmenigten, aaneengesloten bebouwing en wegen waar 80 km/u of harder mag worden gereden.
Drones, onder de 25 kg, die recreatief worden gebruikt door particulieren vallen onder de Regeling Modelvliegen. Ook hiervoor geldt dat ze niet boven mensenmenigten mogen vliegen.
21. Wet op de kansspelen
Indien tijdens een evenement een kansspel wordt georganiseerd moet hiervoor een vergunning op grond van de Wet op de kansspelen worden aangevraagd. Voor een loterij met fysieke prijzen en geldbedragen lager dan € 4.500,= moet een vergunning bij de gemeente worden aangevraagd. Wanneer de prijzenpot hoger is moet bij de Kansspelautoriteit vergunning worden gevraagd. Voor een “klein kansspel” zoals bingo of een rad van fortuin volstaat een melding bij de gemeente.
22. Wet particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus (Wpbr)
Veiligheid bij evenementen is niet alleen een verantwoordelijkheid voor gemeente, politie, brandweer en geneeskundige hulpverlening, maar ook en vooral voor de organisatoren van evenementen. Afhankelijk van de aard en omvang van een evenement kan een eigen bewakings- en/of beveiligingsdienst geëist worden. Op grond van de Wet particuliere beveiligingsorganisatie en recherchebureaus geldt er een aantal eisen voor dergelijke diensten. De burgemeester kan bij evenementen het aantal beveiligers bepalen.
De Wpbr geeft een vergunningenstelsel voor particuliere beveiligingsorganisaties en recherchebureaus. De vergunningen worden door de dienst Justis verleend namens de minister van Justitie en Veiligheid. De korpschef en de Koninklijke Marechaussee houden toezicht op deze wet.
23. Wet Veiligheidsregio’s (Wvr)
De Wet veiligheidsregio's schrijft voor dat veiligheidsregio's dienen te beschikken over een regionaal beleidsplan gebaseerd op een vastgesteld regionaal risicoprofiel. Het risicoprofiel bestaat uit een overzicht van risicovolle situaties binnen de veiligheidsregio. Binnen onze Veiligheids- en Gezondheidsregio Gelderland-Midden (VGGM) zijn evenementen opgenomen in het risicoprofiel en worden beschouwd als mogelijke risicovolle situaties, waarop beleid moet worden geformuleerd. Omstandigheden kunnen immers aanleiding zijn tot het uitbreken van paniek in menigte en/of verstoring van de openbare orde. De adviestaak van hulpverleningsdiensten aan gemeenten vloeit voort uit het Regionaal Kader Evenementenveiligheid en van het Beleidsplan Crisisbeheersing Gelderland-Midden.
24. Wet Wapens en munitie
In beginsel zijn wapens verboden in Nederland. Hier bestaan echter enkele uitzonderingen op. De uitzonderingen zijn beschreven in deze wet en het bijbehorende besluit, de Regeling wapens en munitie en de Circulaire wapens en munitie 2019.
Personen die een wapen hebben moeten in het bezit zijn van een verlof tot het voorhanden hebben hiervan dat is afgegeven door de minister van Justitie en Veiligheid. De korpschef van de politie adviseert de Minister hierbij. Bij incidentele schietactiviteiten, zoals re-enactment of het in optocht meevoeren van wapens, worden door de burgemeester in de evenementenvergunning veiligheidsvoorschriften opgelegd en een verklaring van geen bedenkingen afgeven tegen het dragen en vervoeren van wapens en/of munitie op gemeentelijk grondgebied.
Voor alle activiteiten met wapens geldt dat vooraf een bestuurlijke toetsing moet worden uitgevoerd. Artikel 31 van de Regeling wapens en munitie, waarin een vrijstellingsregeling is opgenomen voor optochten, is mede van toepassing op re-enactment. Traditionele niet-automatische geweren, pistolen of degens vallen in bepaalde gevallen doorgaans in de categorie III of IV.
Deze vrijstellingsregeling houdt in dat voor het meevoeren van wapens uit categorie III of IV verlof wordt verleend van het meevoeren van wapens als aan de volgende voorwaarden is voldaan:
- - de personen die de wapens meevoeren op grond van de wet bevoegd zijn die wapens voorhanden te hebben;
- - de burgemeester van de gemeente waar de optocht wordt gehouden schriftelijk heeft verklaard tegen het meevoeren van de in de verklaring omschreven wapens geen bedenkingen te hebben.
Op grond van artikel 4 WWM kan een ontheffing worden verleend voor het gebruik van (nep)wapens uit categorie I of II
Bevoegdheid
In de Circulaire wapens en munitie 2019 is opgenomen dat wapens uit categorie III of IV kunnen worden meegevoerd bij re-enactment uitvoeringen nadat verlof is verleend en de burgemeester en de korpschef schriftelijk toestemming hebben verleend. Voor zover het gaat om optochten is slechts toestemming van de burgemeester vereist. Een ontheffing voor het gebruik van (nep)wapens uit categorie I of II moet worden aangevraagd bij de Minister van Veiligheid en Justitie.
25. Winkeltijdenwet
De Winkeltijdenwet en de Verordening winkeltijden gemeente Barneveld geeft aan op welke tijden detailhandel in winkels en uitstallingen langs de weg is toegestaan.
26. Zondagswet
Als op zondag, Hemelvaartsdag en 1e Kerstdag evenementen plaatsvinden in de nabijheid van kerken en dergelijke gebouwen mag er gelet op de Zondagswet geen sprake zijn van hinder voor de godsdienstuitoefening. Uitgangspunt is dat op zondag voor 13.00 uur geen openbare vermakelijkheden (evenementen) plaatsvinden. Van dit verbod kan de burgemeester ontheffing verlenen indien er geen verstoring van de zondagsviering of de zondagsrust is te verwachten (bv. evenementen zonder muziek of festiviteiten zonder geluidshinder). De gemeenteraad heeft geen gebruik gemaakt van de mogelijkheid om na 13.00 uur eenzelfde verbod als voor 13.00 uur vast te stellen.
Op zondag mag ook geen gerucht worden verwekt dat verder hoorbaar is dan 200 meter van de bron (uitzondering kerkdiensten, betogingen en vergaderingen). De burgemeester kan hiervoor zondags na 13.00 uur ontheffing verlenen.
Ook Tweede Paas-, Pinkster- en Kerstdag, de Goede Vrijdag en de Nieuwjaarsdag is het verboden om in de nabijheid van kerken of andere gebouwen voor de openbare eredienst in gebruik, zonder strikte noodzaak gerucht te verwekken, waardoor de godsdienstoefening wordt gehinderd.