[Jeugdwet, Wmo, Wgs]

  • - Vraagt de inwoner hulp die speciaal is afgestemd op de inwoner (hulp-op-maat), dan gelden in ieder geval de volgende voorwaarden:
    • - De hulp is noodzakelijk om (één van) de doelen van de in 1.1 genoemde wetten te bereiken;
    • - De inwoner heeft geen mogelijkheden om het gewenste effect op eigen kracht te bereiken. De inwoner kan dit effect ook niet op andere manieren bereiken, zoals met de inzet van hulp van huisgenoten, met mantelzorg, met hulp vanuit het sociale netwerk, met algemeen gebruikelijke voorzieningen of met behulp van andere voorzieningen of organisaties; en
    • - De hulp is geschikt om het gewenste effect te bereiken en past bij de persoonlijke situatie van de inwoner.
  • - Voor sommige vormen van hulp zijn er in de wet of in deze verordening extra voorwaarden gesteld.
  • - De hulp-op-maat is niet duurder dan nodig is en duurt niet langer dan nodig is. De gemeente kiest daarom voor de goedkoopste voorziening die geschikt is om het gewenste effect te bereiken.
  • - Als sprake is van een levenslange beperking of aandoening en er geen zicht op verbetering is, wordt de afweging gemaakt of hulp-op-maat (Wmo; zowel persoonsgebonden budget als Zorg in Natura) voor onbepaalde tijd passend is. De gemeente onderzoekt periodiek of de hulp-op-maat nog passend is. Tussentijdse wijzigingen in omstandigheden en/of beleid kunnen van invloed zijn op de hulp-op-maat.
  • - De gemeente kan hulp-op-maat in ieder geval weigeren als:
    • - de hulpvraag het gevolg is van verwijtbaar gedrag van de inwoner en hij deze hulpvraag had kunnen voorkomen;
    • - de inwoner de gevraagde hulp zelf al heeft geregeld of ingekocht voordat een Wmo melding is gedaan;
    • - de inwoner de gevraagde hulp zelf al heeft geregeld of ingekocht, tussen de periode van de melding en de aanvraag, tenzij de gemeente daarvoor toestemming heeft verleend of achteraf de noodzaak nog vastgesteld kan worden;
    • - de gemeente de noodzaak van de hulp niet kan vaststellen;
    • - de hulp-op-maat gezien de beperkingen van de inwoner, onveilig voor de inwoner en/of zijn omgeving is, gezondheidsrisico’s met zich meebrengt en/of anti-revaliderend werkt;
    • - uit wetenschappelijk onderzoek onvoldoende de toegevoegde waarde blijkt van hulp-op-maat in het wegnemen van beperkingen in de zelfredzaamheid en participatie. De gemeente kan deze hulp wel toekennen wanneer deze in de persoonlijke situatie als meest passend wordt bevonden;
    • - De hulp-op-maat niet doeltreffend geacht kan worden. De doeltreffendheid beoordeelt de gemeente door vast te stellen of de hulp-op-maat wezenlijk bijdraagt aan het oplossen van de hulpvraag en [waar beschikbaar] wordt gewerkt met een bewezen effectieve interventie en nooit met een bewezen niet effectieve interventie. De gemeente kan hiervoor gebruik maken van de NJI Databank Effectieve jeugdinterventies, Richtlijnen Jeugdhulp en GGZ-standaarden;
    • - blijkt dat ouders begeleiding, behandeling of ondersteuning ten gevolge van maatschappelijke of eigen psychische of relationele problemen nodig hebben en er naar het oordeel van de gemeente geen sprake is van een hulpvraag als bedoeld in de Jeugdwet. Wel kan dan ondersteuning geboden worden vanuit een andere wet.
    • - huisgenoten gebruikelijke hulp kunnen bieden.